©2019 Panenka Magazine

Wat me opvalt is dat er geen enkele Japanse speler de moeite neemt om naar mij toe te komen om zich voor te stellen. Achteraf blijkt dit een ander cultuurverschil te zijn. De Japanners zijn meer gewend om te buigen dan om iemand een hand te geven. Uiteindelijk stelt Huistra me voor de training begint voor aan de groep, vertel ik wat meer over mezelf en krijg ik een applaus van de spelers. Dat is hoe nieuwe spelers in Japan worden verwelkomt. 

 

Coachen in het Japans

Een pittige, maar goede trainingsweek later worden er in het weekend verschillende wedstrijden gespeeld. Het basisteam speelt een wedstrijd voor de Tenohai (het bekertoernooi van de prefectuur Fukushima) en zelf kom ik in actie in een oefenwedstrijd met de reserves. Een grappig opvallend verschil met Nederland is dat de spelers van beide teams elkaar voor de wedstrijd geen hand geven, maar op lijn tegenover elkaar gaan staan en een buiging maken. De beide wedstrijden verlopen goed en worden eenvoudig gewonnen. Ondanks dat ik niet veel te doen heb gehad, houd ik wel een goed gevoel aan de wedstrijd over. Ik speel een degelijke wedstrijd, houd de nul en laat me verbaal direct gelden in het Japans. Dit laatste is nodig omdat de meeste Japanse spelers erg gebrekkig Engels spreken. De wedstrijdbesprekingen van Huistra worden daarom door een speler vertaald die half Amerikaans is. Na de wedstrijd stellen we ons weer op in een lijn om een buiging te maken naar de tegenstanders, hetzelfde doen we om onze meegereisde supporters te bedanken, om vervolgens naar de bank van de tegenstander te lopen om ook de wisselspelers en stafleden middels een buiging te bedanken voor een sportieve wedstrijd. In de week na de wedstrijd hoor ik dat ik een contract kan tekenen voor zes maanden (tot aan het einde van het seizoen): mijn nieuwe, grote buitenlandse avontuur kan definitief beginnen! Na ongeveer vier weken in een hotel te zijn verbleven, krijg ik een eigen appartementje van de club en weer later, wanneer mijn internationale rijbewijs is aangekomen, een auto. Zodoende begin ik mijn draai steeds meer te vinden en kan ik me volledig focussen op de trainingen en de vele oefenwedstrijden. 

 

Griezelige sfeer

Het grote doel waar me naar toewerken is het eerste toernooi waarbij plaatsing voor de JFL op het spel staat. Dit toernooi vind begin september plaats in Souma. Hier hebben we vaker wedstrijden gespeeld en ik kom er niet graag. Souma ligt in het door de tsunami getroffen gebied, die het gevolg was van de kernramp. Op de weg naar het voetbalcomplex toe rijden we met de bus dwars door een soort spookgebied heen. Nagenoeg alle huizen zijn er verlaten, langs de weg liggen overal opgeslagen vuilniszakken met daarin nucleair afval (het grootste deel van het nucleaire afval bevind zich in de bovenste laag van de grond, dit wordt weggeschrapen en opgeslagen in vuilniszakken) en de hele omgeving is verwilderd. Ook Souma Koyo Soccer Ground is door de tsunami getroffen en daardoor zijn in 2011 alle bomen die rondom de velden stonden weggevaagd. Hierdoor is er, vanaf het oude en keiharde kunstgrasveld waarop we spelen, vrij zicht op de rokende schoorstenen van de kerncentrale van Souma, (niet een van de kerncentrales waar de ramp heeft plaatsgevonden).Dit alles zorgt voor een wat griezelige sfeer. 

 

Buiging voor “het uitvak”

 De eerste wedstrijd wordt met ruime cijfers gewonnen, de tweede wedstrijd winnen we na penalty’s (ik stopte de beslissende, wat voor mij persoonlijk een van de sportieve hoogtepunten in Japan was) en in de finale slepen we een 2-0 overwinning uit het vuur. Dit zorgt voor een grote ontlading bij ons allemaal en we vliegen elkaar in de armen om het eerste serieuze succes van de club te vieren. Na alle gebruikelijke buigingen maken we ons klaar voor de prijsuitreiking,  TOT we door de technische staf worden teruggefloten. Zoals gebruikelijk hebben we een buiging gemaakt naar de tegenstanders en onze kleine groep van trouwe supporters, maar zijn we vergeten om een buiging te maken naar de supporters van de tegenstander. Wanneer we bij het “uitvak” aankomen, blijkt de supportersschare wel erg gering te zijn: er is slechts EEN fanatieke Japanner de tegenstander achterna gereisd. Toch stellen we ons weer in lijn op om de buiging te maken. Voor mij geeft het aan hoe enorm belangrijk respect in de Japanse cultuur is en ook hoe groot het verschil in voetbalcultuur is met Nederland en Colombia. Als Ajax-speler lijkt het me geen heel slim idee om de Feyenoord-supporters te bedanken na een wedstrijd en in Colombia is bij een ruzie tussen supporters van mijn club Boyaca Chico en de stadsrivaal Patriotas zelfs iemand om het leven gekomen. 

 

I-WA-KI FC!!!

Onze eigen supportersgroep bestaat uit een bont gezelschap van Japanners van alle leeftijden. Zo maken een aantal gezinnen met jonge kinderen hier deel van uit en hebben gepensioneerde Iwakezen in het aanmoedigen van het team een nieuwe passie gevonden. Want hoe lang reizen het ook is naar de uitwedstrijden (vaak tussen de twee en drie uur) en hoe weinig spanning er ook op de wedstrijden staat (in de competitie zijn we ongeslagen kampioen geworden over tien wedstrijden met een doelsaldo van meer dan honderd voor en slechts een tegen): de Iwaki-supporters zijn er altijd. De fanatiekste supporter is Masaru: een grote kale Japanner die naar elke wedstrijd zijn trommel en spandoeken meeneemt en de grote sfeermaker is. Gedurende de wedstrijden zet hij geregeld het “I-WA-KI FC!!!” in, waarna de overige supporters hem herhalen. Omdat de groep meestal uit zo’n twintig man bestaat, zal niemand heel erg geïmponeerd raken door het gezang, maar heeft het eerder iets vredelievends om opa’s en oma’s en kinderen ons samen te horen aanmoedigen. Wat het verder zo leuk maakt, is dat we als spelers met alle supporters persoonlijk contact hebben. 

 

Trainen op een zandveld 

Na de eerste horde genomen te hebben op weg naar de JFL kunnen we ons gaan voorbereiden op het tweede toernooi, dat gaat eind oktober gaat plaatsvinden in Ehime. We hebben dus bijna twee maanden om ons hiervoor klaar te maken: een periode waarin we voornamelijk heel veel trainen en weer heel veel oefenwedstrijden spelen. In deze periode wordt er keihard getraind en op verschillende ondergronden. Omdat we, zoals gezegd, geen eigen complex hebben kunnen we in het weekend niet trainen op het kunstgrasveld van de overheid. In het weekend worden er door verschillende jeugdteams wedstrijden op gespeeld. Hierdoor zijn we genoodzaakt om creatief te zijn en trainen we elke keer ergens anders: eenmalig op een tennisbaan (!), soms in de zaal, soms op een ander kunstgrasveld (dat weer heel anders is dan het andere kunstgrasveld) en soms op een zandveld. Omdat dit veld nagenoeg altijd keihard en enorm hobbelig is heeft het niet zoveel zin om positiespelletjes of partijen te spelen. Als alternatief kiest Huistra er daarom meestal voor om zijn afrondoefeningen te bewaren voor het weekend. Leuk voor de spelers natuurlijk, maar voor de keepers iets minder fijn. Vaak stappen we vol met blauwe plekken en schaafwonden van het veld af, maar om in de trend van cultuurverschillen te blijven: er is geen keeper die hierover zeurt. In Nederland zouden velen bij het aanzien van het veld en het besef dat hier echt op getraind gaat worden waarschijnlijk schamper reageren en klagen "dat je je hond nog niet uit zou laten op dit veld”, in Japan doet iedereen echter wat er van de leidinggevende gevraagd wordt. Om het verschil te benadrukken heb ik weleens tegen Huistra gezegd: “als jij nu tegen het team zegt dat we allemaal in de sloot moeten springen, dan zijn er twintig spelers die dat zonder na te denken doen, en is er een speler die vraagt “waarom?”. Dus hard veld of niet en zand of niet, de keepers gaan vol voor elke bal. Sterker nog: waar ik meestal diegene ben die na een training graag nog langer doorgaat, zijn het nu juist de Japanse keepers die rustig nog een kwartiertje op doel gaan staan wanneer de spelers  extra willen afwerken. Gelukkig wacht er na elke training bij DOME een warme onsen (Japans bad) op ons, waarin we heerlijk kunnen bijkomen. Ook de onsen is iets wat stevig verankerd is in de Japanse cultuur en volgens Huistra een van de redenen waarom we nauwelijks blessures hebben. 

 

Ontbijten met vis en zeegroenten

Uiteindelijk nadert het toernooi en wee dagen voor we de eerste wedstrijd spelen worden we door alle werknemers van DOME succes toegewenst en uitgezwaaid en vertrekken we met de beroemde Japanse shinkansen, de hoge-snelheidstrein, naar Ehime dat op zo’n 800 kilometer van Iwaki ligt. We verblijven in een prima hotel, waarbij ik me verbaas over het ontbijt om 7.00 uur in de ochtend van mijn Japanse teamgenoten: vis met zeegroenten en rijst. De eerste wedstrijd wordt wederom eenvoudig gewonnen, maar in de tweede ronde hebben we het lastig en kijken we al snel tegen een 2-0 achterstand aan. We hebben het “gambate kudasai”, wat letterlijk vertaald “vecht alsjeblieft” betekent en wat de Japanners gebruiken om elkaar succes te wensen, goed in ons opgenomen en vechten terug naar een 2-2 eindstand. In de verlenging zetten we door en winnen we uiteindelijk met 4-2! 

 

“Walk to the dream” eindigt in nachtmerrie 

In de kwartfinale komen we al snel met 1-0 achter en deze keer lukt het, ondanks alle aanmoedigingen van onze trouwe supporters, niet om terug te komen. In de laatste minuut ga ik in een alles of niets poging bij een corner mee naar voren en valt uit de daaropvolgende counter de 2-0. De leus van Iwaki FC is “walk to the dream”, wijzend op de lange (en langzame) weg die moet leiden naar de droom: spelen in de J1. Maar de droom is uit en blijkt voor veel teamgenoten een heuse nachtmerrie geworden. Waar in Nederland veel mensen het beeld hebben dat Japanners hun emoties niet tonen, daar heb ik nu heel andere ervaringen: de ene na de andere speler barst in tranen uit en zelfs een teamgenoot die niet bij de selectie zat en geen minuut in het toernooi gespeeld heeft, houdt het niet droog. Dit is voor mij nog een ander groot cultuurverschil. In Nederland is de maatschappij, en de voetbalwereld wellicht in het speciaal, veel individualistischer ingesteld, terwijl in Japan het groepsbelang altijd voorop staat. Daarom doen de Japanse wisselspelers er alles aan om de jongens die spelen zo goed mogelijk helpen en voelen zij ook extreem mee met vreugde en verdriet. 

 

Terug naar Nederland 

We keren teleurgesteld terug naar Iwaki en bij terugkomst wordt er door de club geëvalueerd en worden de beslissingen genomen over welke spelers mogen blijven en wie er weg moeten. Nadat Pieter Huistra eerder al zijn vertrek had aangekondigd, wat opnieuw tot huilende teamgenoten leidde, wordt mij in een persoonlijk gesprek medegedeeld dat de club voor komend seizoen de voorkeur geeft aan een Japanse keeper. Ik blijk niet de enige te zijn: om een nieuwe poging te wagen de JFL-toernooien volgend jaar wel te winnen gaat de club flink door selecteren en moet het merendeel van de selectie weg. Voor mij en veel andere spelers is dit natuurlijk een teleurstelling. In ieder geval zijn we wel kampioen geworden, wat er voor zorgt dat de club een klein stapje dichter bij de droom komt. In december stap ik, na een korte vakantie in Seoul, op het vliegtuig terug naar Nederland. Aangekomen in Nederland ben ik blij om mijn familie en vrienden weer te zien en kijk ik terug op een fantastisch avontuur: waar ik in de zomer op hoopte is precies uitgekomen. Hopelijk kan de club in de toekomst de zo gewenste stap naar de JFL wel zetten en vandaaruit de grote droom waarmaken om in de J1 te spelen! 

 

Toevoeging: In 2017 is Iwaki FC wederom kampioen geworden en daardoor gepromoveerd naar een hoger niveau, maar is het niet gelukt om plaatsing voor de JFL af te dwingen. In september beginnen de JFL-toernooien weer en gaat de club een nieuwe poging wagen om versneld door te stoten naar het (semi) profvoetbal. 

 

 

 

 

Wie is Andre Krul? 

Andre Krul is zijn voetballeven begonnen bij GSV uit het Noord-Hollandse Grootschermer, dat op een steenworp afstand van Alkmaar ligt. Na enkele jaren in de opleiding van AZ en het eveneens Alkmaarse AFC’34 gespeeld te hebben vertrok hij op zijn achttiende naar FC Utrecht. Uiteindelijk kwam Krul daar niet verder dan een rol als reservekeeper achter Michel Vorm. Daarop besloot de keeper om speelminuten te maken in de Jupiler League, waar hij op huurbasis voor achtereenvolgens Telstar, Sparta en AGOVV speelde. Nadat zijn contract bij Utrecht was afgelopen en niet werd verlengd, begon Krul aan een opmerkelijke voetbalreis die hem naar de meest exotische en uiteenlopende orden bracht. De reis begon op Malta waar hij Champions League voorronde wedstrijden voor Valletta FC speelde. Na deze wedstrijden tekende Krul, als eerste Nederlandse speler ooit, een contract bij het Colombiaanse Boyaca Chico. Dit avontuur eindige anderhalf jaar later, waarop de doelman even terugkeerde naar Nederland om voor FC Groningen te spelen. Na het hoge noorden volgde een volgende exotische bestemming: Bayamon FC op Puerto Rico. Na slechts een gespeelde wedstrijd voor de Concacaf Champions League in het immense Azteka stadion tegen Club America uit Mexico, werd Krul vanwege visumproblemen het land uitgezet. Hierop volgde een periode zonder club, waarna de Grootschermenaar in de winter van 2014 een contract bij het Belgische KV Turnhout tekende. Krul werkte in de zomer van 2014 een geslaagde stage af bij het Zuid-Afrikaanse Polokwane City, maar zag om duistere redenen een transfer afketsen, wat hem uiteindelijk terug naar Nederland dreef en waar hij voor een jaar bij Cambuur Leeuwarden tekende. Na een half jaar onder Pieter Huistra in Japan gespeeld te hebben voor het ambiteuze Iwaki FC en een jaar Spakenburg, stapte Krul begin 2018 weer in het vliegtuig om in Australië aan de slag te gaan bij Preston Lions FC. 

ANDRÉ KRUL – NEDERLANDSE VOETBALAVONTURIER BIJ IWAKI FC

augustus 2018 - Andre Krul

Het is eind mei 2016 wanneer ik een screenshot uit een whatsappgesprek van een zaakwaarnemer krijg doorgestuurd. Ik open de foto, lees snel het gesprek en zie dat het over Iwaki FC gaat, dat zij een keeper nodig hebben en ze in mij geïnteresseerd zijn. Iwaki FC? Nooit van gehoord denk ik en juist DAT is waarom ik er direct een goed gevoel bij krijg.

In de krochten van het betaald voetbal

Na een half jaar in de krochten van het Belgische (semi) profvoetbal te hebben gespeeld bij toenmalig derdeklasser KV Turnhout en een jaar derde keeper te zijn geweest bij Cambuur Leeuwarden in de eredivisie, had ik mijn zinnen gezet op weer een avontuur iets verder van huis. Want hoewel ik als groundhopper van beroep zeker aan mijn trekken ben gekomen in België (waar ik in een aantal door lelijkheid mooi geworden  stadions heb gespeeld) en Leeuwarden (waar ik elke dag in een soort openluchttheater mocht trainen), wilde ik na mijn avontuur  in Colombia voornamelijk weer een geheel nieuwe (voetbal) cultuur ontdekken, compleet andere ervaringen beleven en bij voorkeur een nieuwe taal leren.

Van Haïti tot Tanzania

Inmiddels is het een traditie geworden dat wanneer ik een bericht krijg van een zaakwaarnemer met buitenlandse interesse, ik dit direct doorstuur naar mijn broer. Hij duikt vervolgens achter zijn laptop en komt een paar minuten later met alle relevante informatie over de betreffende club, de stad en het land. In de voorgaande jaren zijn er tal van berichten binnengekomen met interesse van clubs vanuit de meest verrassende en exotische landen ter wereld: van Bulgarije tot Swaziland en van Haïti tot Tanzania. In de meeste gevallen bleek de interesse toch niet zo concreet te zijn of was het voor mij niet interessant genoeg. 

 

Achtsteniveau

In het geval van Iwaki FC krijg ik al snel door dat het om een superambitieuze Japanse club gaat die net een aantal maanden geleden is opgericht. De club speelt op het achtste niveau van Japan, maar met kledingmerk Under Armour als sponsor zijn de ambities er om binnen tien jaar in de J1 te spelen. Dat de ambities serieus zijn blijkt wel uit het feit dat Pieter Huistra is aangesteld als trainer. Naast dat de club op het moment op een erg laag niveau speelt, blijkt er nog een punt van zorg te zijn. Iwaki is een stad die in de prefectuur (provincie) Fukushima ligt, waar op dat moment vijf jaar geleden de ramp met de kerncentrales heeft plaatsgevonden. In ieder geval is Japan WEL een land waar ik mijn zo gewenste grote avontuur kan  beleven EN een land dat altijd al bovenaan mijn verlanglijstje heeft gestaan. 

Na een aantal dagen niets gehoord te hebben, wordt ik gebeld door de zaakwaarnemer met de vraag of ik op stage wil komen en of Pieter Huistra me kan bellen om meer over de club te vertellen. In het gesprek met Huistra wordt me duidelijk dat ik me geen zorgen hoef te maken over de gezondheid: Iwaki ligt zo’n honderd kilometer van het rampgebied af en de situatie is op het moment onder controle. Daarnaast legt hij uit waarom de club bij mij is uitgekomen. Naast de competitie gaat het team toernooien spelen tegen teams uit hogere divisies, waarin plaatsing voor de JFL (de overgangsklasse van het amateurvoetbal naar de J3) op het spel staat. Een zware opgave, maar Huistra wil een serieuze poging wagen en om het team te versterken is hij op zoek naar een ervaren Europese keeper.

Fukushima 

Omdat Iwaki FC op papier een amateurclub is en ook op amateurniveau speelt, en amateurspelers in Japan niet betaald mogen krijgen, werken de spelers in het magazijn van DOME. DOME is de overkoepelende organisatie waaronder onder meer DNS (dat voedingssupplementen maakt) en Under Armour vallen. Voor dit werk krijgen de spelers betaald en dus niet voor het voetbal. Veel bedrijven hebben na de kernramp Fukushima verlaten, maar om de economie weer op gang te helpen, heeft DOME besloten om in Iwaki een nieuw en gigantisch groot distributiegebouw neer te zetten.

Om verder iets terug te doen voor de samenleving heeft het besloten om een nieuwe voetbalclub op te richten. De spelers van Iwaki komen van de hoge school (18/19 jaar) of de universiteit (22/23 jaar) af en zijn gescout tijdens de talentendagen waar zij zich aan het begin van het jaar voor konden opgeven. Huistra vertelt dat het team de meeste dagen van 8.00 uur tot 11.00 in de ochtend traint, erna gezamenlijk eet in de kantine van DOME en dat de spelers van 14.00 tot ongeveer 18.30 in het magazijn werken. Als buitenlandse speler kan ik wel betaald krijgen voor het voetbal en dus hoef ik niet te werken. Omdat het team zich door de vele trainingen en professionele voorwaarden in razendsnel tempo heeft ontwikkeld, worden de wedstrijden in de competitie met twee vingers in de neus gewonnen en dus zal ik, wanneer ik een succesvolle stage afwerk, voornamelijk worden ingezet in de toernooien.  

 

Cultuurverschil 

Wanneer ik half juni in Tokyo land wordt me direct duidelijk dat ik in een andere cultuur ben beland. Na een vlucht van elf uur vanuit Amsterdam word ik door Pieter Huistra opgehaald van het vliegveld. Ik ben behoorlijk gesloopt en verlang ernaar om goed uit te rusten. In de auto heeft Huistra echter een verrassing voor me: we gaan niet gelijk door naar Iwaki, maar we gaan eerst naar het hoofdgebouw van DOME in Tokyo. In het hoofdgebouw bevind zich ook het DOME’s Athletes House, waar sporters kunnen trainen onder de beste begeleiding en waar de beste faciliteiten zijn. Hier mag ik me gaan opmaken voor allerlei uitgebreide fysieke  testen. In Nederland zou een speler na een lange vlucht waarschijnlijk eerst de tijd krijgen om wat uit te rusten, maar in Japan, en in het speciaal bij DOME, ligt de werkdruk hoog en is er weinig tijd om uit te rusten. Uiteindelijk ben ik de testen goed doorgekomen en na een ritje van ongeveer twee uur naar kom ik in het hotel aan in Iwaki en kan ik eindelijk naar bed toe.  

Buigen in plaats van handen schudden 

De volgende dag staat mijn eerste training op het programma. Aangezien de voetbalseizoenen in Japan gelijk lopen aan het kalenderjaar is het grootste deel van het team al vanaf februari bij elkaar en kom ik aan als de grote, onbekende buitenlander. Omdat Iwaki FC nog niet over een eigen complex beschikt trainen we op een kunstgrasveld dat net is aangelegd door de overheid om iets goeds te doen voor de mensen in Fukushima. Het complex beschikt echter niet over kleedkamers en daarom tref ik de spelers een voor een op het veld. Op de spelers die ik tegenkom loop ik af om een hand te geven en mezelf voor te stellen, precies zoals ik in Nederland en de andere landen waar ik gespeeld heb gewend ben.