©2019 Panenka Magazine

Mei 2016

Beste Antonin Panenka,

 

Rond de datum dat u die winnende penalty er zo legendarisch in stiftte tegen West-Duitsland lagen mijn ouders uitgebreid mijn moeders verjaardag te vieren. Negen maanden later kwam ik luid krijsend ter wereld en kreeg de wereld er een nieuwe voetbalfan bij. Ik volgde vanaf dat ik een jaar of zes was letterlijk alles en ik hield dat hele alles ook bij in schriftjes. Een onvervalste statistieken-nerd, dat was ik. Over die penalty van u, bijvoorbeeld, wist ik als klein kind al alles te vertellen. Die encyclopedische feitenkennis die ik er van kleins af aan met militaire discipline heb ingestampt maakt dat mensen mij dezer dagen graag in hun team hebben als er voetbalquizzen zijn. 

 

Zelf voetballen, dat is helaas een ander verhaal. Ik kan er niet veel van. Ik had een redelijk goed en zuiver schot in mijn rechtervoet, maar dat compenseerde mijn hopeloze gebrek aan snelheid en techniek bij lange na niet. Door dat zuivere schot, mijn enige wapen, mocht ik soms wel penalty's nemen. Alleen speelde ik als ontstellend matige voetballer ook vaak in ontstellend matige ploegen die meestal in de verdrukking stonden en dus niet al te vaak in het vijandelijk strafschopgebied kwamen.

 

Het aantal penalty's dat mijn ploeg in een seizoen meekreeg was te tellen op de vingers van een door vuurwerk aangetaste hand. En een of twee keer per jaar mocht ik dan dus aanleggen voor wat meestal mijn enige doelpunten van het seizoen waren. En dat terwijl ik in de jeugd vaak links- of rechtsbuiten speelde.

 

Op een dag was er een penaltytoernooi op het strand. Iedereen mocht eerst in de voorrondes schieten op de keeper van de plaatselijke FC en de finalisten die mochten schieten op....
*tromgeroffel* 
Hans van Breukelen! De man die een paar jaar daarvoor PSV de Europacup 1 bezorgde door de zesde strafschop van Benfica te keren en die in dat zelfde jaar in de EK-finale namens Oranje die pingel van Belanov stopte. Die grote penaltykiller dus, die kwam, waarschijnlijk in ruil voor een roestig stuivertje, penalty's van junioren stoppen.  

 

De voorrondes kwam ik makkelijk door. Links in de hoek, rechts in de hoek en zelfs eentje die heel vies via de onderkant van de lat binnenstuiterde. Publiek dat voor mij klapte en juichte. De eerste en laatste keer dat ik dat als voetballer zou meemaken. Ik stond in de finale tegenover 'De Breuk'! Daar stond ik dan. Oog in oog met de man die alle groten der voetbalaarde ook in de ogen had gekeken. Een paar honderd mensen langs de kant, waaronder het knappe meisje waar ik mijn luie oog al de hele middag op had laten rusten. 


Door mijn drie succesvolle penalty's was ik waarschijnlijk even kortstondig gaan geloven dat ik echt kon voetballen. Wat me bezielde weet ik nog steeds niet. Waarschijnlijk wilde ik indruk maken op dat meisje langs de kant. Ik nam een aanloop en in plaats van dat ik de bal met mijn zuivere wreeftrap in een hoek schoot probeerde ik een 'Panenka'. Die mislukte volkomen. Ik trapte in het mulle zand, raakte de bal half en met een lullig pisboogje verdween de bal in de grote handschoenen van 'De Breuk' die zich niet eens hoefde te bewegen. Iedereen moest lachen, ook het leuke meisje. Ik wilde ter plekke door de grond zakken en begraven worden. Van Breukelen aaide me over mijn bol en ik droop als een geslagen hond af. De winnaar van het toernooitje schoot daarna zijn winnende penalty snoeihard binnen van achter zijn standbeen. Wereldgoal. Gejuich op het strand en die jongen bij Van Breukelen op de schouders. Daardoor had iedereen het gelukkig ineens over die wonderschone strafschop van die gozer en zo verstomde het smalende gelach over mijn belachelijke pingel.    

 

Ik heb de 'Panenka' nooit meer durven proberen. Zelfs niet op straat. Te traumatisch. Ik moet het ook gewoon houden bij schrijven over voetbal. Dat doe ik alweer een tijdje voor dit blad, Panenka, en zo, beste mijnheer Panenka, heb ik mijzelf na 25 jaar eindelijk verlost van mijn Panenka-trauma.

 

Met vriendelijke groet,

Rodney Rijsdijk       

5 JAAR 

PANENKA MAGAZINE

Tja, hoe start je een voetbaltijdschrift? Geen idee eigenlijk. Ideeën voor verhalen in overvloed, maar het produceren van een magazine vormt echt een hoofdstuk apart.