©2019 Panenka Magazine

juli 2017

Beste Berry van Aerle,

 

Ik kan mezelf als veertigjarige man nog maar moeilijk vereenzelvigen met de voetballers van deze tijd. Het klinkt ouwelullerig en dat is het natuurlijk ook, maar ik heb gewoon niet zoveel met al die volgekliederde jongens, met hun iets te gesoigneerd kapseltjes, hun getrimde baardjes, de roze kicksen en de grote koptelefoons op hun hoofdjes om de jonge fans maar niet te horen vragen om een handtekening. Ik ben een ouwe lul. Ik geef het eerlijk toe.

 

Een ouwe lul die voetbalplaatjes spaarde in de tijd dat voetballers van 25 er soms al uitzagen alsof ze mannen van 45 waren. Mannen met affreuze snorren en een kapsel als een in verregaande staat van ontbinding verkerende dode marmot. Ik presenteer weleens quizzen en een van mijn favoriete beslissingsvragen is hoeveel snorren er in het basiselftal van de EK-finale in 1988 stonden. Als we dat vlassnorretje van Gerald Vanenburg ook meetellen, want dat is altijd de discussie, dan komen we op zes. Wouters, Rijkaard, Van Tiggelen, Gullit, Van Aerle en ach vooruit, het donsvachtje onder de neus van Vaantje tellen we dan dus ook maar. Al levert dat altijd heftige discussies op. Discussies in de trant van ‘Nou, dan heeft m’n opoe ook een snor!’ Inderdaad ja, die ouwe opoe van jou heeft ook een snor! Een snor is een snor. Hoe armzalig ook. Is een chihuahua geen hond omdat ie klein is? Heeft een vrouw met een A-cup geen borsten omdat de vrouwelijke kenmerken niet uit haar blouse spatten? Nou dan. Dus daarom telt de snor van Gerald Vanenburg ook mee. 

 

Voetballers waren in mijn jeugd nog geen onbenaderbare popsterren. Geen VIP-Lounges, dure Champagne, kaviaar en een bataljon lekkere wijven om zich heen bij concerten. Nee man. Ik kwam Frank Rijkaard in de jaren negentig ooit tegen. Bij The Pixies in Paradiso, tussen de ‘gewone’ mensen. Iedereen zag ‘m. Niemand deed daar gek over. Frankie was gewoon een concertganger zoals alle andere 1499 concertgangers. Met een biertje en een peukie in z’n handen. Genietend van de muziek met zijn vrienden. En later toen hij al bondscoach was zat hij schaterend van het lachen achter me bij een opname van Jiskefet, gewoon op een houten bankje, net als de rest van het publiek. Het hiphopminnende deel van de Ajax-selectie, de toenmalig regerend Europees en Wereldkampioen, kwam ik tegen bij The Wu-Tang Clan in de Melkweg in 1996. Kluivert, Davids, Bogarde, Reiziger. Iedereen zag ze. Maar ze mochten gewoon achter aansluiten bij de bar. De tijd was nog niet zo hysterisch als nu.

 

Voetballers waren in de tijd dat jij stopte ook nog niet per se ‘binnen’. De meesten moesten na hun voetbalcarrière gewoon weer een baantje nemen. En zo werd jij postbode. En het mooie was: je zag er ook echt uit als een postbode. Als niemand had geweten dat jij met het Nederlands Elftal kampioen geworden was in 1988 dan had iedereen gewoon gezegd: ‘Ja, dat is nou een postbode. Gewoon een postbode uit Helmond.’ Een man met een lelijk kapsel en een snor. Ik zie het jouw collega-Europese kampioenen van vorig jaar uit Portugal nog niet doen. Door de regen lopend in een buitenwijk van Lissabon, Porto of Funchal. Andere tijden, Berry.  

 

Je hebt het ook maar een jaartje gedaan, dat postlopen, maar toch blijft aan jou eeuwig dat etiket van die voetballende postbode hangen. Ik ben dit jaar ook begonnen als postbode. Gewoon, voor de gein. Ik werk in de horeca en had overdag veel tijd over. Welnu: ik kan niet voetballen, ik haat sportscholen en ik loop niet eens hard om de tram te halen. Ik wil wel graag buiten zijn en lekker bewegen. Ineens had ik mijn eureka-moment: postbode. Lekker twee daagjes in de week buiten. Bruggetje op, bruggetje af, trapportiek in en uit. Beweging genoeg. Mijn wijken bevinden zich in de Amsterdamse Jordaan. Ik vind het, nu bijna een jaar na dato, nog altijd een van mijn beste ingevingen ooit. Het is heerlijk werk. En hoewel jij nooit in de Jordaan de post hebt gelopen en ik niet kan voetballen loop ik voor mijn gevoel toch een beetje in de voetsporen van de beste rechtsback die Nederland ooit gehad heeft. Ik heb alleen geen snor, s(n)orry.   


 

Met vriendelijke groet,

Rodney Rijsdijk

5 JAAR 

PANENKA MAGAZINE

Tja, hoe start je een voetbaltijdschrift? Geen idee eigenlijk. Ideeën voor verhalen in overvloed, maar het produceren van een magazine vormt echt een hoofdstuk apart.