©2019 Panenka Magazine

November 2016

Beste Carlos Henrique Raposo,

 

Jouw naam zal bij weinig voetballiefhebbers een belletje doen rinkelen. Toch heb je tal van grote clubs achter je naam staan: Botafogo, Flamengo, Vasco da Gama, Fluminense. Absolute topclubs in Brazilië. Indepediente in Argentinië, ook niet de kleinste. Je hebt onder contract gestaan bij clubs in Mexico en in de VS en je hebt het zelfs tot Europa weten te schoppen bij Gazelec Ajaccio (GFC). Dat is een behoorlijke staat van dienst. Zeker voor iemand die het voetbaltalent van Cruijff had. Estelle Cruijff welteverstaan. 

 

Het begon in het Rio van de begin jaren tachtig. Je keek jezelf eens aan in de spiegel en je zag het: daar stond een voetballer. Je kop, je lichaam, alles klopte. Je werd op straat al 'Kaiser' genoemd omdat jouw fysiek mensen deed denken aan dat van Franz Beckenbauer. Er was alleen een probleem: je voeten konden bij lange na niet uitvoeren wat je in je hoofd had. Ik had dat ook altijd. Bij mij was het vanaf mijn eerste balcontact duidelijk: lief en enthousiast jongetje, maar die gaat het betaalde voetbal niet halen. Jij loste het anders op. Naast dat je het uiterlijk van een voetballer had, ging je ook uit in de tenten waar bekende voetballers ook kwamen. Je gaf veel drank weg, regelde meisjes voor voetballers en werd een populaire jongen. Ricardo Rocha, Edmundo, Romario en Renato Gaucho behoorden tot jouw vriendenkring. Na wat mooie praatjes en aanbevelingen van je bekende vrienden kreeg je een kans bij Botafogo. Je bedong een contract voor zes maanden en kreeg een mooi salaris. Helaas was je net geblesseerd en moest je met een door jou zelf aangestelde privétrainer apart trainen. Dat eerste contract met het fijne salaris beviel goed. Jouw kennissenkring in de voetbalwereld werd groter en groter. En zo kreeg je, zonder ook maar een minuut voor Botafogo te hebben gespeeld, een nieuwe kans bij Flamengo, waar je natuurlijk weer vreselijk last van blessures kreeg terwijl je net een mooi contract van zes maanden had getekend. 

Je was populair bij je teamgenoten, en soms eisten spelers zelfs dat jij in hun transfer werd betrokken. Als tegenprestatie organiseerde jij feestjes met veel drank en vrouwen. Zo hield je dat jarenlang al clubhoppend vol. Bij de Braziliaanse club Bangu dreigde het ineens mis te gaan. Jouw club stond met 2-0 achter en jij moest warmlopen om in te vallen. Dat was uiteraard niet de bedoeling en dus begon je tijdens je warming-up ruzie te zoeken met een supporter van de tegenpartij. Dat ontaardde in een flinke vechtpartij, en je werd nog voordat je mocht invallen met rood naar de kleedkamer gestuurd. De trainer die woedend verhaal bij je ging halen trof je daar huilend aan. "Ik zie u als mijn tweede vader en die supporters beledigden u, dat kon ik niet accepteren!", verklaarde je snikkend aan de trainer. De trainer was geraakt door zoveel liefde en je kreeg zelfs een nieuw halfjaarcontract. 

 

Je hebt je bedrog lang vol weten te houden, soms ook met hulp van bevriende artsen die medische diagnoses aan de clubs verstrekten die dan klakkeloos werden geaccepteerd. Tot in Europa toe dus. Daar werd Kaiser geïntroduceerd als de grote ster die met Indepediente nog de wereldcup en de Copa Libertadores had gewonnen. Althans, dat had je gezegd. In de jaren tachtig was dat soort informatie nog niet te googelen en daar maakte je dankbaar gebruik van. Bij Ajaccio lagen er bij jouw presentatie allemaal ballen klaar. Een beetje Braziliaanse baltovenaar gaat daar een paar leuke trucjes mee doen. Jij schoot de ballen gelijk het publiek in en zwaaide lachend naar de mensen, iedereen stond voor je op de banken. Op je 39e hing je je ongebruikte kicksen aan de wilgen.

 

Bewijzen voor jouw prachtige verhaal zijn in de archieven nergens terug te vinden. Hier en daar wat krantenknipsels, al betaalde je ook journalisten voor een mooi artikel over 'Kaiser'. Sommige clubs ontkennen dat ze je ooit onder contract hebben gehad, sommige voetballers uit die tijd vertellen weer het tegenovergestelde. Je bedrog is dermate ingenieus geweest dat het dus twijfelachtig is of het allemaal wel echt waar is. Maar een mooi verhaal is het. En laat de waarheid nooit een mooi verhaal in de weg staan.

 

Met vriendelijke groet,

Rodney Rijsdijk       

5 JAAR 

PANENKA MAGAZINE

Tja, hoe start je een voetbaltijdschrift? Geen idee eigenlijk. Ideeën voor verhalen in overvloed, maar het produceren van een magazine vormt echt een hoofdstuk apart.