©2019 Panenka Magazine

februari 2018

Beste Henk de Haan,

 

Of ik wel eens bij SC Veendam in het stadion met die poëtische naam De Langeleegte was geweest, werd mij laatst gevraagd. Nee, ik ben er helaas nooit geweest, maar het heeft jarenlang niet veel gescheeld of ik had er wel naar toe gemoeten. Inderdaad, gemoeten. Dat heeft een geschiedenis. 

 

Op 30 november 2003 speelde Ajax de Klassieker tegen Feyenoord. Het was de wedstrijd van die magistrale hakbal van Rafael van der Vaart. Die goal ging de wereld over, terwijl ik net versuft wakker werd en me afvroeg waar ik was en waarom. Ik reconstrueerde de nacht terwijl de geur van getoast brood uit de keuken mijn neus in walmde. Ik was de nacht er voor op stap geweest, was lam geworden en met een jongedame mee naar huis gegaan. Dat verklaarde het roze bloemetjesbehang in deze kamer dus. Daar nog meer gedronken, enige vleselijke nachtgymnastiekoefeningen met de dame uitgevoerd en vervolgens comateus in slaap gevallen. Dwars door de wekker heen geslapen. Bij het ontwaken was mijn telefoon ontploft. 

 

Tientallen gemiste oproepen en SMS-jes. ‘Waar blijf je nou, ouwe?’ ‘Wereldgoal van Raffie!’ ‘Haha, sukkel!’ en meer van dat soort berichten. Ik word er tot op de dag vandaag mee gedold. Elke keer als die goal in de Arena op de grote schermen wordt vertoond (en dat is zeer regelmatig) dan zie ik mijn vals grijnzende vrienden. Het is een kruis dat ik mijn leven lang mee moet dragen. 

 

Of ik er van geleerd had? Natuurlijk niet. Ik ben die ezel die zich wel voor de tweede keer aan dezelfde steen stoot. Drie maanden later de wedstrijd tegen PSV gebeurde me dus hetzelfde. Zelfde situatie, alleen de dame in kwestie was iemand anders. Weer keihard verslapen en een historische overwinning van Ajax gemist. Ajax won in die tijd hoogstzelden van PSV. Uiteraard was hoon weer mijn deel en mijn vrienden besloten dat dergelijke flapdrollerij vanaf het komende seizoen gesanctioneerd moest worden. 

 

We riepen ‘De Gabrich-cup’ in het leven, vernoemd naar de slechtste Ajax-aankoop ooit. De spits die niet om kon vallen maar die de hele tijd op z’n reet lag. De wisselbeker was een ontzettend lelijke bokaal die je aan het eind van het seizoen kon winnen in onze vriendengroep. Je kon punten verdienen. Vijf punten voor het missen van een ‘gewone’ competitiewedstrijd en tien punten voor het missen van een topper tegen Feyenoord of PSV. Te laat komen: drie punten, bij een topper vijf. Domme opmerkingen of acties leverden twee punten op. Een doelpunt missen omdat je op de WC stond: twee punten. Bier omgooien: drie punten per biertje. Dus als je een heel blad liet kletteren dan leverde dat flink punten op. 

 

Aan het eind van het seizoen was er dan dus een winnaar en die winnaar kreeg behalve die affreuze beker ook een andere prijs: een geheel verzorgde reis naar een thuiswedstrijd van SC Veendam. Geheel op eigen kosten ook. En met fotoverslag en kaartje als bewijs. We hadden zelfs met z’n allen een officieel shirt gekocht voor de toekomstige winnaar. Uiteraard was ik met mijn voorgeschiedenis elk seizoen de gedoodverfde favoriet, maar wonderlijk genoeg werd ik elk jaar tweede of derde en moest een van de andere jongens de barre reis naar Veendam ondernemen. En dan maar weer uitzoeken hoe weer terug in Amsterdam te komen. 

 

De Gabrichcup heeft een jaar of vijf bestaan. En hoewel ik ‘m nooit heb gewonnen heb ik die lelijke cup op de schoorsteen staan. Niemand mocht dat ding in de huiskamer zetten van zijn vrouw, dus toen heb ik me, als geestelijk vader van de Gabrichcup, maar over de trofee ontfermd. 

 

En zo komt het dus dat ik nooit op de Langeleegte ben geweest. Mijn vrienden en ik hebben er wel een eeuwig zwak voor SC Veendam door gekregen. Zo zijn we ooit nog op een koude winterdag naar Haarlem-Veendam geweest. Geselende wind, vieze miezerregen en dan in dat verloederde stadionnetje aan de Jan Gijzenkade in Haarlem kijken naar een spuuglelijke 0-0 van 22 spelers die er niet veel van kunnen. Mooier wordt voetbal niet. Vier Veendam-supporters in het uitvak en wij, zes Amsterdammers tussen vijftienhonderd Haarlemmers, waren stiekem ook voor Veendam die avond. 

 

Toen de club op omvallen viel en jij met je tientjes-actie en je hartekreet ‘broez’n!’ jouw cluppie probeerde te redden hebben wij uiteraard ook geld overgemaakt. Aan ons heeft het dus niet gelegen dat die club toch nog is omgelazerd, net als Ivan Gabrich altijd deed.


Weet dat er in Amsterdam nog altijd zes heimelijke Veendam-supporters wonen. Wij blijven broez’n, Henk!

 

Groeten uit Amsterdam!

Rodney Rijsdijk     

5 JAAR 

PANENKA MAGAZINE

Tja, hoe start je een voetbaltijdschrift? Geen idee eigenlijk. Ideeën voor verhalen in overvloed, maar het produceren van een magazine vormt echt een hoofdstuk apart.