©2019 Panenka Magazine

september 2016

Beste Jens Martin Knudsen,

 

Als opgroeiend jongetje in de jaren tachtig keek ik altijd naar The A-Team. Een serie over een groep Vietnam-veteranen die als huurlingen in een busje door de Verenigde Staten trokken en dan onderweg mensen hielpen in hun strijd tegen criminelen en andersoortig crapuul. Er werd in de serie behoorlijk veel geschoten, meestal middels daverende mitrailleursalvo's, maar er viel in die achtennegentig afleveringen slechts één dode te betreuren. Dat is, gezien het aantal geschoten kogels, een nogal mager moyenne. Vergeleken daarmee had René van Rijswijk de statistieken van een koelbloedige scherpschutter.

 

Nou weet ik de opstelling van Oostenrijk op 12 september 1990 niet meer exact, maar het heeft er alle schijn van dat Murdock, Face, Hannibal en B.A. Baracus daar die dag in de spits stonden. Want hoeveel er ook op jou werd gevuurd: niks ging raak. Of de Oostenrijkse aanval die dag nou zo belachelijk slecht was of dat jij een wereldwedstrijd keepte staat me niet meer zo goed bij, dus laten we het, in jouw voordeel, op het laatste houden. In een spaarzame tegenaanval scoorden jullie wel en zo wonnen de Faeröer Eilanden voor het eerst in de geschiedenis een interland. 

 

Ik dacht in eerste instantie dat ik midden in een aflevering van Buurman en Buurman was gevallen toen ik jou in de goal zag staan met dat mutsje op. Maar je bleek aanmerkelijk minder klunzig dan Buurman of Buurman en Mart Smeets gaf het commentaar, dus het moest wel Studio Sport zijn. De volgende dag hadden we het over jou op ons voetbalpleintje. We vonden de mutsdragende keeper cool, maar we dachten dat je die muts droeg omdat het op de Faeröer natuurlijk altijd allejezus koud is. 

 

Die muts was echter niet als cool modestatement of tegen de kou bedoeld. Je had namelijk ooit op jonge leeftijd een hersenschudding opgelopen en daarom moest je van je moeder hoofdbescherming dragen tijdens het keepen. Als goede zoon beloofde je dat aan je ouwe moedertje. Het werd een ijsmuts met een bolletje er op. Nou biedt een muts natuurlijk net zoveel bescherming aan je hoofd als een kapot kapotje je beschermt tegen geslachtsziektes, maar mama was gerustgesteld. Je bleef het hoofddeksel dragen en het werd jouw handelsmerk. Toen Thierry Henry ooit werd gevraagd wat hij van jullie ploeg wist zei hij alleen maar: ‘Helemaal niks. Ik weet alleen dat hun keeper een muts draagt.’ 

 

In de tijd dat jij speelde waande Nederland zich elk toernooi het beste deelnemende land. Dat er nog een paar wedstrijdjes moesten worden gespeeld was een formaliteit, maar die Europese en Wereldbekers konden alvast gegraveerd worden. Dat was altijd de stemming in ons land. Winkelstraten, complete woonwijken, kroegen, mensen en zelfs huisdieren zijn oranje versierd als Nederland aan een groot toernooi deelneemt. Verder worden we platgegooid met oranje tompouces, ranzige oranje likeurtjes en volwassen mensen met geschminkte vlaggetjes op hun gezicht. Een stemming die op de Faeröer nimmer geheerst zal hebben. Jullie blijheid grensde al aan hondsdolheid na die overwinning op Oostenrijk. 

 

Enige vorm van nederigheid hebben wij in Nederland inmiddels ook weer even terug en dat is maar goed ook. Wij. Het grote voetballand Nederland zat dit jaar gewoon thuis. Net als Liechtenstein, Malta, Gibraltar, de Faeröer Eilanden, Bobbejaanland en Carpetland. Landen waar we in Nederland altijd wat lacherig over deden (IJsland, Albanië, Wales, Noord-Ierland, Hongarije, Polen, Slowakije, België en ga nog maar even door), waren allemaal wel van de partij. Petje af dus (of in jouw geval: mutsje af) voor de landen die er wel bij waren. Geen versierde woonwijken, kroegen en andere oranje ongein voor ons dit jaar.  

 

Ga je nog op vakantie? Nederlandse toeristen kun je herkennen aan hun drankje op het terras. We hebben deze zomer geen citroentje bij onze cola, spa of gin-tonic. Wij zijn al zuur genoeg dit jaar. 

 

Met vriendelijke groet,

Rodney Rijsdijk. 

5 JAAR 

PANENKA MAGAZINE

Tja, hoe start je een voetbaltijdschrift? Geen idee eigenlijk. Ideeën voor verhalen in overvloed, maar het produceren van een magazine vormt echt een hoofdstuk apart.