©2019 Panenka Magazine

november 2017

Beste Sjaak Swart,

 

Net als u houd ik wel van een feestje. Als er een reden is om iets te vieren dan zal ik dat nooit nalaten en dus  vierde ik mijn veertigste verjaardag afgelopen maart groots en meeslepend. Ik werd overladen met prachtige, met zorg uitgekozen cadeaus en met zorg gepind geld. Fantastisch. 

 

Maar de allermooiste cadeautjes kreeg ik van twee wat oudere vrienden van mij. De eerste had nog stapels programmaboekjes van Ajax uit de jaren zeventig en tachtig op zijn zolder liggen, en deze vriend gaf mij een grote boodschappentas vol met deze boekjes. De beleefdheidsetiquette zegt dat je altijd op je eigen feestje moet blijven, maar het liefst was ik er op dat moment stiekem tussenuit gepiept om even ergens weg te duiken in mijn pas gekregen schatkist die in een Dirk van den Broektasje zat. 

 

En dan moest het mooiste nog komen. De andere vriend had een ingelijst stukje gras uit Stadion de Meer voor mij meegenomen. Officieel gecertificeerd en alles. Nou ben ik een behoorlijk viriele man en niet snel van mijn stuk te brengen, maar nu moest ik dus oprecht bijna huilen van een stukje gras.

 

De Meer heeft veel voor mij betekend. Het was het eerste stadion dat ik in mijn leven zag. Ik vond het als kind een gigantisch stadion. Ik had nog nooit zoveel mensen bij elkaar gezien, al zaten er in de jaren tachtig vaak nog geen tienduizend man. Vanaf mijn eerste stappen in De Meer wist ik dat ik de rest van mijn leven naar het stadion zou gaan. Het zijn inmiddels meer stadions dan ik als kind ooit had kunnen vermoeden, maar je eerste voetbalstadion is als je eerste vriendinnetje: dat blijft speciaal. Ik mis de Meer nog wel eens, al voelt de Arena, na een onwennig begin, inmiddels ook wel als thuis. Heeft u dat ook?

 

Ik woon zelf in Amsterdam-West, maar af en toe moet ik wel eens in Oost wezen. Een echte Amsterdammer fietst, en als ik stevig doortrap ben ik in een dik half uur op de plek waar vroeger de Meer stond. Dat blijft een open wond. Als ik vanaf de Linnaeusstraat de Middenweg opfiets, dan klopt het voor mijn gevoel allemaal. Niks geks tot zover. Langs de Hogeweg, de Kruislaan passerend, maar dan ineens,  voorbij de Zaaiersweg, klopt het niet Meer. 

Er staat nieuwbouw. Amsterdammers noemen het smalend ‘Almere Binnen.’ Ik vind het ook niet mooi. Wat wel mooi is: de straten zijn genoemd naar plaatsen waar Ajax grote successen haalde. Zo zijn daar onder andere de Wembleylaan, het Bernabeuhof en Anfield Road. De 14 (!) bruggen in Park de Meer zijn benoemd naar beroemde Ajacieden, waarbij uw naam uiteraard niet mocht ontbreken. 

 

 Hartstikke mooi bedacht, maar toch blijft het vreemd. Op de plek waar u de ene na de andere voorzet op het hoofd van Johan legde staat nu iemand onder de pergola z’n tanden te poetsen. Op de plek waar ik in de hekken hing staat nu een golden retriever te schijten. Bar Meerzicht heet tegenwoordig ‘De Avonden’. Café de Rappetapper op de Hogeweg, mooie ouwe kroeg waar we vroeger lam met een sigaret in de mond aan de bar hingen voor of na de wedstrijd, is tegenwoordig een modern restaurant waar hippe jongens met knotjes werken.  Het is niet beter of slechter, het is gewoon anders.  

 

Maar goed. Tijden veranderen. Natuurlijk weet ik ook wel dat als Ajax in deze tijd nog in De Meer had gespeeld, de club hooguit een grauwe middenmoter zou zijn. Ajax moest mee in de vaart der volkeren, maar ik ben blij dat ik het allemaal mee heb mogen maken. Die ouwe kerel die kaartjes verkocht en die alleen maar: ‘zitten/staan’ zei als je om een kaartje vroeg. Die ouwe met die koetjesrepen waar je een ruit mee in kon gooien. Geen fanstore zo groot als een supermarkt maar een kleine keet waarin wat sjaaltjes en een shirtje hingen. Ik denk vol warmte en nostalgie terug aan De Meer. 

 

Iemand die in elk geval nooit is veranderd bent u. Ik zie u wel eens bij AFC Zaterdag. Uw kleinzoon Justin voetbalt in dat team. De stiefzoon van mijn gabber voetbalt ook in dat team. U zit vaak in het clubhuis (AFC heeft geen kantine maar een clubhuis) met uw vriend Bennie Muller. Ik sta soms wel eens bij u in de buurt. U vindt de scheids nog altijd ‘een schimmel’ die nog geen potje tafelvoetbal kan fluiten, maar uw toorn richt zich ook regelmatig op de jongens van het team. Ik vind die urgentie voor het voetballen die u nog steeds aan de dag legt, prachtig om te zien. Mensen die denken dat u acteert op tv, die hebben u nog nooit langs de lijn bij AFC gezien. 

 

Tot snel bij AFC. Ik hoop dat u ook nog komt kijken nu Justin een tijdje geblesseerd is. 

 

Met vriendelijke groet,

Rodney Rijsdijk  

5 JAAR 

PANENKA MAGAZINE

Tja, hoe start je een voetbaltijdschrift? Geen idee eigenlijk. Ideeën voor verhalen in overvloed, maar het produceren van een magazine vormt echt een hoofdstuk apart.