Foto's: Rutger Baggerman

Het Buraufosse, heksenketel van weleer 

 

Onder de rook van Luik ligt Saint-Nicolas, de gemeente waar Tilleur deel van uitmaakt. Vroeger leefden de inwoners van de zware industrie. Deze is vervallen, net als het plaatsje zelf. Het oogt arm. En rauw. Ideale ingrediënten voor een voetbalclub. Het Stade de Buraufosse ligt midden in de wijk, zoals het hoort. Ik hijs mijzelf in eenzaamheid de brandende Luikse heuvels op. De nauwe straten en arbeidershuizen stimuleren mijn fantasie. Vanuit verschillende straathoeken zie ik een lichtblauw-witte mensenmassa samenkomen om naar het stadion te trekken. Een illusie. De paden zijn zo goed als verlaten. De omgeving maakt mij melancholisch. 

Door Rutger Baggerman

‘’Bienvenue dans le chaudron de la sorciere’’. Prijkt aan de stadionpoorten in Tilleur. ‘’Welkom in de heksenketel. U betreedt het legendarische Buraufosse.’’  Een heksenketel is het Buraufosse al lang niet meer. Ooit beklommen hier duizenden toeschouwers de imposante staantribunes. Een vervlogen periode. Sinds de teloorgang van het met stamnummer 21 spelende RFC Tilleur heeft de club het grootste deel van zijn aanhang verloren. Na jaren van vele fusies en voetbal in de marge vindt slechts nog een enkeling zijn weg naar het stadion. De loyale honden. De echten. Zij drinken lekker een biertje in de zon. Er wordt veel gelachen. Tilleur heeft ingeboet aan kwantiteit maar niet aan charme.

Over charme gesproken. Het Buraufosse… Wat een stadion. Als ik burgermeester van Tilleur was, had ik het een monumentale status gegeven. Zo worden zij niet meer gemaakt. De prachtige overdekte staantribune aan de lange zijde heeft door zijn overkapping een Brits karakter. De treden zijn net zo slecht onderhouden als de Belgische wegen. Afgebrokkeld. Versleten hekwerken tonen de vroegere afscheiding tussen rivaliserende supportersgroepen. Het stadion begint te leven. Mijn blik wordt gevangen door de onoverdekte wande aan de korte zijde. Langzaamaan wordt deze tribune overmeesterd door de natuur. Een of andere idioot heeft bedacht dat het een goed idee is om in het midden reclameborden te plaatsen. Deze doen grote afbreuk aan de schoonheid. Mijn verbeelding slaat weer op hol. Ik zie een muur van fabrieksarbeiders hun team naar de overwinning schreeuwen. 

 

In werkelijkheid staan wij met vijftien man op de tribune waar zo’n 4000 toeschouwers plaats kunnen nemen. De Tilleurenaren zijn nieuwsgierig naar mij en ik naar hen. Zij spreken geen Engels en ik geen Frans. Wij wisselen een paar woorden uit maar beseffen dat communiceren zinloos is. Sluiten af met elkaar een fijne wedstrijd te wensen. ‘Good luck’ is universeel. RFC Tilleur speelt tegen RSC Verlaine. Ik heb geen idee wat ik moet verwachten. Tot mijn verbazing wordt er vrij aardig gevoetbald en al snel komt de thuisploeg op voorsprong. Mooie voorzet, goed ingekopt. Dit tot grote vreugde van de ‘harde kern’. Tilleur begint steeds beter te spelen. De wisselwerking tussen de spelers en de paar fanatiekelingen heeft iets vertederends. Het mag niet baten, wij gaan met een gelijke stand rusten. 

 

De onderbreking geeft mij de gelegenheid om de drukker bevolkte hoofdtribune te bezichtigen. Vooral het wandelpad hiernaartoe is karakteristiek. Een grind weggetje tussen de naaldbomen. Je ruikt het bos. Tot je langs een aftands toiletgebouwtje loopt en je wordt overmeesterd door een zware urinegeur. Natuur en voetbal komen hier samen. Naast de tribune bevindt zich een markant sta-vak in de schaduw vanwaar ik de tweede helft zal aanschouwen. Er ontvouwt zich een waar spektakelstuk. Verlaine komt sterk uit de kleedkamer en na ongeveer een uur spelen lobt de rechtsbuiten de bal op schitterende wijze over de uitkomende doelman. Messiaans. Tot opluchting van de zenuwroker naast mij valt al snel de gelijkmaker en niet veel later komt Tilleur weer op voorsprong. De punten lijken in het Buraufosse te blijven tot vlak voor tijd Verlaine weer langszij komt. De zenuwroker begint nu te brommen . Ik versta alleen ‘merde’. 

 

Mensen denken dat ik dit soort tripjes maak voor het daadwerkelijke voetbal, maar dat is slechts bijzaak. Als ik RFC Tilleur alleen wil zien voor het spel, ben ik niet goed bij mijn hoofd. Ik kom voor de nostalgie. Vind het nog mooi om een tastbaar wedstrijdkaartje te kopen aan een kassa. Bij een lokale vrijwilliger die deel uitmaakt van de kantines interieur een programma boekje af te nemen. Voor een habbekrats. Het Stade Buraufosse is van een uitstervend ras. Bouwwerken als deze staan symbool voor de bakermat van de sport. Waarvoor het ooit bedoeld was. Het volk. Hier staan niet meer de tienduizenden toeschouwers van weleer. Dat maakt een bezoek niet minder indrukwekkend. Integendeel. Dit is vergane glorie in zijn puurste vorm. Het schittert in zijn vervallenheid. 

©2019 Panenka Magazine