©2019 Panenka Magazine

C’EST L’UNION QUI SOURIT

augustus 2018 - Ronald Schut

Recht voor ons zien we de eerste blauwgele sjaals. Het is zaterdagavond en we bewegen ons in dezelfde richting als de sjaals door de oplopende straten van Brussel-Zuid. Vanavond speelt Union Saint-Gilloise een bekerwedstrijd tegen de Antwerpse City Pirates en daar wil ik bij zijn. Twee weken geleden zag ik namelijk een spandoek op twitter voorbijkomen dat me nieuwsgierig maakte. 

“Football is coming home”, stond erop te lezen. De makers hadden reden tot enthousiasme: Na een verbouwing van twee jaar ging hun stadion eindelijk weer open. Al die tijd hadden ze voor hun thuiswedstrijden naar het onpersoonlijke, veel te grote Koning Boudewijnstadion op de Heizel gemoeten. Maar nu kon er weer gespeeld worden in het eigen Joseph Mariënstadion, de thuisbasis van Union Saint-Gilloise. Maar waarom is de achterban zo gehecht aan deze locatie? De thuishaven ligt niet eens in de wijk Sint-Gillis, maar in stadsdeel Vorst.

Misschien zit het hem in de geschiedenis. Union Saint-Gilloise, één van de oudste Belgische clubs (stamnummer 10) speelt in een stadion dat volgend jaar honderd kaarsjes mag uitblazen. Hier werden kampioenschappen gevierd en legendarische wedstrijden gespeeld. De allereerste wedstrijd was meteen een prachtaffiche: Union versus AC Milan. Door de jaren heen was dit grasveld het toneel van derby’s die de hoofdstad op haar grondvesten deed schudden: Union tegen Daring Brussels en diens voorganger Racing Club de Bruxelles. De winnaar mocht zich met recht de beste club van Brussel noemen.

Toch is er meer dan alleen de historie. Zeker, het gebouw mag er wezen, met zijn art-deco gevel en zijn glas-in-lood decoratie. Gesitueerd tegen een heuvel is het een plaatje om te zien. Logisch dat je supportershart sneller gaat kloppen als je vanuit de wijk Vorst de straten naar de hoger gelegen voetbalarena volgt. Vanuit Sint-Gillis loop je over de paden van het Dudenpark totdat je tussen de bomen de stadionverlichting ziet. Juist die verschillende stromen supporters zijn bepalend voor de populariteit van het voetbalbastion.

Hoewel Union Saint-Gilloise vanouds een volksclub is, heeft het een gemêleerde achterban: van arbeiders tot ondernemers en creatieve geesten. Op de hoofdtribune kun je veel oudere fans spotten; zij die de club ook in mindere tijden trouw bleven. De staantribune aan de overkant huisvest als vanouds een bont mengsel van wat je de ultra’s zou kunnen noemen. Bekend om hun niet-aflatende zang met regelmatig een vleugje ironie in hun repertoire. Eigenlijk is het wedstrijdverloop voor de meeste Unionisten van ondergeschikt belang. Veel meer hechten ze aan de ongedwongen sfeer in hun blauwgele ‘huiskamer’. En dat is wat zij twee seizoenen lang misten. Als het puur om sportieve successen ging, zou elk ander stadion voldoen. Zelfs de Heizel.

Union Saint-Gilloise is na vele magere jaren weer op het tweede niveau actief. Dat was ook de aanleiding voor de renovatie. Deelname aan competitie 1B stelt hogere eisen aan de faciliteiten. Er moest een moderne medische post komen en de capaciteit moest groter. De overwoekerde tribunes achter de doelen maakten plaats voor nieuwe zitjes in fris blauw en geel. Ook de veldverlichting kreeg een verjongingskuur.

Ironisch genoeg zijn de zitjes achter de doelen vanavond leeg. Spreekt het affiche minder aan, of moet het gros van de aanhang de weg terug vinden? Gelukkig maakt de vaste kern op de staantribune geluid voor een bomvol voetbalpaleis. Union gaat flitsend van start. Met een mooie volley zet Abdelrafik Gérard de 1-0 op het scorebord.

Nog ironischer wordt het als vier minuten voor rust de gloednieuwe stadionverlichting uitvalt. Nu zou je met een vervroegde theepauze ruime gelegenheid hebben om het euvel te herstellen. Die paar minuten tel je gewoon bij de tweede helft op. Maar zo werkt het niet. De spelers staan tien minuten lijdzaam in het halfdonker te wachten tot het licht weer aanfloept. Vervolgens moeten ze nog een paar minuutjes doorballen voor ze de kleedkamers in mogen. Maar gelukkig zal de techniek ons daarna niet meer in de steek laten. 

In de tweede helft duiken de City Pirates een paar keer op voor het doel van de thuisclub, maar ze weten geen serieuze doelpoging te creëren. Union bouwt de score uit naar een riante 3-0. De laatste goal maakt het helemaal af: met een fraai lobje verschalkt aanvaller Percy Tau de Antwerpse keeper. Daarmee is de thuisclub verzekerd van de volgende bekerronde. Tevreden supporters hangen na afloop rond het café aan de overkant. Football has come home.