©2019 Panenka Magazine

Furie bij Fortuna Köln

November 2019 - Andre Krul

Honderden tennisballen op het veld. Een uitvak vol vuurwerk. Levensgrote spandoeken en oorverdovende fluitconcerten. De Regionelliga-wedstrijd Fortuna Köln – Alemannia Aachen staat in het teken van protest tegen sportzender Sport 1. “Ihr macht unsere Sport kaput”. 

Het statement van beide supportersgroepen is duidelijk: geen wedstrijden meer op de maandagavond. Waar in de Bundesliga de commercialisering van het voetbal al jaren niet te stoppen is, druppelt dit ook langzaam door naar de lagere divisies. In de Regionelliga West wordt er elke week een wedstrijd gespeeld op maandagavond, zodat deze door betaalzender Sport 1 live kan worden uitgezonden. Het moge duidelijk zijn dat een wedstrijd op maandagavond 20.15 uur voor de fans een ramp is. En helemaal voor de hondstrouwe Alemannia-supporters die hun “mannschaft” overal naartoe achterna reizen.

Ook op deze koude en kille novemberavond, en ondanks dat het maandag is, zit het uitvak weer stampvol met maar liefst 800 supporters! Het gemiddelde uitsupportersaantal van de Kaisterstadtverein ligt tussen de 500 en 1000. Een aantal waar de meeste eredivisieclubs alleen maar van kunnen dromen. Waar de fans normaal gesproken vanaf het eerste tot het laatste fluitsignaal luidkeels aanwezig zijn, valt het op hoe stil het nu is. Later blijkt dat dit ook onderdeel van het protest is en dat de geel-zwarte supportersschare letterlijk en figuurlijk het vuurwerk voor in de tweede helft bewaard heeft. 

In de laatste jaren van mijn carrière ben ik de wereld overgegaan en heb ik van alles qua voetbal- en supporterscultuur meegemaakt. Van supporters die wedstrijden vanuit bomen en vanaf trucs kijken om het geld van een wedstrijdkaartje uit te sparen in Colombia tot het verplicht bedanken van welgeteld een supporter van de tegenstander in Japan. En van spelen met Valletta FC in het intimiderende Partizanstadion tot spelen op het nostalgische Sportpark Berg en Bosch van AGOVV. Omdat ik na mijn Ajax-periode van vorig seizoen in Nederland nagenoeg alles heb meegemaakt – ik heb nu bij clubs onder contract gestaan van de top van de eredivisie tot de onderkant van de eredivisie, en van de jupiler league tot de tweede en derde divisie – zette ik voor dit seizoen weer in op een mooi avontuur in het buitenland. Uiteindelijk werd het de profclub die misschien wel het dichtste bij de Nederlandse grens ligt: Alemannia Aachen. 

 

Maar voor mij betekent dit wel weer een nieuwe taal leren, een andere cultuur leren kennen, maar natuurlijk ook, en dat is wel zo mooi als voetballende groundhopper, nieuwe stadions bezoeken. Helaas is het oude Tivoli stadion alweer tien jaar geleden afgebroken. Door de bloedfanatieke supporters, de akoestiek – waardoor het geluid van de supporters als het ware op het veld bleef hangen – en de oude tribunes dicht op het veld kon het hier flink spoken. Omdat de spelerstunnel zo krap was dat de spelers er nauwelijks met zijn tweeën naast elkaar konden staan, zorgden de Alemannia-spelers er altijd voor dat ze al ruim voor de aftrap in de tunnel klaarstonden, waardoor de spelers van de uitspelende club er nauwelijks nog door konden. Een stukje intimidatie dat voor de wedstrijd dus al begon en bij betreding van het veld door de supporters werd overgenomen. 

Ondanks dat het nieuwe Tivoli van alle gemakken voorzien is en van binnen, door de gele stoeltjes en het gele dak, zeker wel iets heeft, wordt het oude Tivoli door velen gemist. De vader van onze wasvrouw, een Alemannia-supporter van het eerste uur, vertelde dat maar liefst 50 tot 60 % van de fans nog terugverlangd naar het oude stadion. Doordat de club wegens financiële problemen is afgezakt naar de Regionelliga komen er nu gemiddeld zo’n 5000 tot 6000 supporters naar de thuiswedstrijden. Voor een club op het vierde niveau nog steeds een uitstekend aantal natuurlijk, maar met een capaciteit van bijna 33.000 is het stadion eigenlijk te groot. Toch zorgen de fanatieke supporters op de staantribune achter het doel nog voor een mooie sfeer. 

Maar voor een echte ouderwetse voetbalsfeer moet ik het hebben van uitwedstrijden. Sommige clubs hebben een nieuw modern stadion, zoals Rot Weiss Essen (waar overigens elke wedstrijd tussen de 12.000 en 15.000 supporters zitten), maar er zijn ook nog genoeg clubs met een oud en knus stadion. Helaas meestal wel met sintelbaan en met weinig supporters op de tribunes. Voor elke wedstrijd bekijken we met het team de wedstrijdbeelden van de komende tegenstander en vaak betrap ik mezelf erop dat ik, wanneer we een uitwedstrijd voor de boeg hebben, meer let op het stadion waarin we gaan spelen dan op de tactische situaties die in de beelden terugkomen. Toen we in de tactische bespreking de laatste thuiswedstrijd van Fortuna Koln bekeken wist ik gelijk: dit is een wedstrijd om me op te verheugen! 

Aangekomen in het Kolner Sudstadion ga ik eerst maar eens het veld inspecteren. Normaal gesproken hecht ik hier niet zoveel waarde aan: ik zie in de warming-up wel hoe het veld erbij ligt en op dit moment ben ik de tweede keeper. Maar ik ben toch wel benieuwd naar het stadion. Zijn de tribunes echt zo oud als ze op beelden lijken? Dat zijn ze! Helaas worden ze door een sintelbaan wel gescheiden van het veld, maar verder is het pure voetbalromantiek. De tribunes worden omheind door oude hekken en driekwart van het stadion bestaat uit onoverdekte staantribunes. 

Wat ik zelf altijd het mooiste vind aan onoverdekte tribunes en stadions met open hoeken is het contact dat er bestaat met de omgeving. Zo kun je in veel Colombiaanse stadions de bergen zien liggen, wat vaak voor een fantastisch achtergronddecor zorgt, en kun je bij Fortuna Koln de gebouwen in de verte zien staan en is het stadion omringd door bomen. Terwijl wanneer je bij een gemiddeld Bundesliga-stadion geblinddoekt het stadion binnen gebracht zou worden je geen idee hebt of het stadion in een bos staat, midden in het centrum of – en helaas is dat vaak de waarheid – op een grauw industrieterrein.

Het begin van de wedstrijd is zeer chaotisch en door het zware veld van de Keulenaren is goed voetbal lastig. Omdat er op het veld weinig gebeurd ben ik vanuit de oude dug-out, vol met gaten en neergezet op de sintelbaan, ontspannen om me heen aan het kijken en neem het stadion en de supporters, die met redelijk grote getalen gekomen zijn, in me op. Tot een geschorste teamgenoot, die plaats heeft genomen naast de dug-out plotseling bijna bij me op schoot springt. De oude stadionklok, het Sudstadion beschikt niet over een moderne tijdinstallatie, wijst 20.45 uur aan en dit is voor de Fortuneze fanatiekelingen het moment om het protest tegen Sport 1 te starten. Van alle kanten vliegen er tennisballen en massageballetjes, compleet met spikes, rakelings lang de dug-out het veld op. 

Nadat de honderden ballen gegooid zijn nemen de supporters speelgoedfluitjes in de mond en zorgen voor een oorverdovend kabaal. Voor de scheidsrechter zit er niets anders op dan de wedstrijd te staken. De balletjes moeten van het veld gehaald worden en voor deze taak springt materiaalman Mo het veld op. Mo werkt al zo’n twintig jaar bij de club en is een van de loyale clubmensen die Alemannia in alle tegenspoed trouw is gebleven. Op verzoek van de wisselspelers gooit hij een aantal van de massageballetjes de dug-out in, waardoor wij tegenwoordig onze stijve spieren masseren met de balletjes van Fortuna. Na het fluiten, het tonen van de spandoeken en het zingen van protestliederen, alles gericht tegen Sport 1, wordt de wedstrijd na een onderbreking van vijftien minuten weer hervat. 

Met een 0-0 tussenstand worden de kleedkamers, uiteraard klein en oud, opgezocht en hebben de supporters nogmaals vijftien minuten om af te koelen. Al vlak na rust, inmiddels met een 1-0 voorsprong voor de rood-witten op het scorebord, blijkt dat dit niet helemaal gelukt is. Het is nu de beurt aan de meegereisde Alemannia-supporters, die in de eerste helft uit protest stil zijn gebleven, om zich flink te roeren. Waar de Fortuna-fans levensgrote spandoeken hebben gemaakt met onder andere “Ihr macht unsere Sport kaput”, oftewel “Jullie maken onze sport kapot”, daarop, valt vanuit het Alemannia-vak “Wir pfeifen auf Sport 1” te lezen: wij fluiten tegen Sport 1. Maar het blijft niet alleen bij dit stille protest, integendeel zelfs. Wat volgt is het minutenlang afsteken van fakkels en siervuurwerk, dat tot wel dertig meter hoog de lucht in wordt geschoten. Opnieuw wordt het spel stilgelegd en dreigt de wedstrijd zelfs even definitief gestaakt te worden. Maar na sussende woorden van onder andere aanvoerder Peter Hackenberg en trainer Fuat Kilic, wordt er toch verder gespeeld. Dankzij een goal vlak voor tijd van de strijdlustige middenvelder Marco Muller eindigt het hete avondje met een 1-1 eindstand. De grote vraag is of Sport 1 zich iets van het protest heeft aangetrokken. Waarschijnlijk niet en zal de commercialisering in het voetbal zich ongestoord door zetten en wacht voor beide clubs ongetwijfeld een fikse boete. Voor de voetbalromantici is er echter een troost: een wedstrijd van Fortuna Koln bezoeken is zeer de moeite waard!