©2019 Panenka Magazine

Jouke Bosma; Trainer in China

China probeert de jeugd uit alle macht de voetbalsport bij te brengen en haalt daarom uit allerlei landen trainers, waaronder Jouke Bosma.

Jouke verhaalt maandelijks over zijn avonturen. 

Het is dinsdagochtend en ik word, zoals tot nu toe elke ochtend, wakker van boor- en timmergeluiden ergens uit onze flat. Ik moet er maar aan wennen, want volgens mijn huisgenoot Marjon blijft dit het hele jaar doorgaan. Ik kijk even snel uit het raam richting de Baiyun Mountain om te kijken hoe het er voor staat met de luchtkwaliteit vandaag. Op goede dagen zoals vandaag kan ik de toeristische berg erg mooi en helder zien, maar er zijn ook al dagen geweest dat hij verstopt zat achter een dikke laag smog. Marjon was eerder wakker en heeft al ontbijt gemaakt. Geen lekkere Hollandse boterham met hagelslag of kaas, maar Baozis: een soort broodje bapao, met verschillende soorten vullingen (vlees, groenten of zoetigheid). Helemaal geen slecht ontbijt, zeker beter dan ik verwacht had van tevoren. Als drank nemen we thee, we zijn tenslotte in China. Dan even snel onder de (met wat geluk) warme douche en op naar de metrohalte. 

Alle mogelijke manieren van transport zijn mogelijk in Guangzhou, toch is het altijd en overal druk. Als je met de taxi of de bus gaat mag je gerust minimaal een halfuur bij je reistijd optellen omdat er altijd file staat. Een van de vele OV-fietsen die hier op elke straathoek staan durf ik nog niet te pakken, want echte regels voor fietsers lijken er niet te zijn. Niemand kijkt er van op als een fietser door rood rijdt en vervolgens al bellend dwars door een groep voetgangers rijdt. Ook als voetganger op de stoep ben je niet veilig: bezorgers op een fiets bellen/toeteren wel, maar je moet zelf maar zorgen dat je aan de kant springt. Daarom pak ik maar de metro, deze is tenminste altijd op tijd, goedkoop en (meestal) veilig. Voordat je het station in kan is er zelfs een veiligheidscontrole, waarbij iedereen zijn tas door een scan moet. Toch is de metro ook niet helemaal ideaal, tijdens de spits is het er bizar druk. Ik ben al een aantal keren de metro ingedrukt en ik kon er zelfs een keer niet bij mijn halte uit omdat het helemaal vast stond. 

Na een ritje van 30 minuten ben ik op de bestemming. Ik geef dit keer geen training op het dak van een winkelcentrum, maar gewoon op het terrein van een universiteit. Toch geven we geen training op het mooie voetbalveld dat er ligt, dit is gereserveerd voor het leger. Elke keer dat ik daar langs loop staat dit vol met marcherende soldaten in opleiding, best imponerend. Doordat het voetbalveld bezet is, mogen wij proberen 30 kinderen die net uit school komen te gaan vermaken op een half basketbalveldje. Met wat hoepels, 10 ballen een aantal pionnen als materiaal vraagt dit veel van onze creativiteit, maar tot nu toe zetten we altijd wel wat moois in elkaar. Wat het nog wel wat moeilijker maakt zijn de assistent coaches: de meesten kunnen nauwelijks Engels. Met een beetje pech moet ik dus een oefening met alleen lichaamstaal duidelijk maken aan 30 stuiterende kinderen: ik moet maar snel goed chinees gaan leren. 

Na de les gaan we met een aantal coaches eten bij een traditioneel chinees restaurant. We zitten aan een ronde tafel, waarvan de buitenste 30 centimeter echt een tafel is en de rest een glazen schijf die kan draaien. Het eerste wat op tafel komt is een grote kan met gloeiend hete thee en een lege glazen bak ernaast. De thee wordt eerst in je beker geschonken en vervolgens moet je de thee (boven je bakje) over je stokjes heen gooien om alles schoon te maken. Daarna gooi je de thee in de lege glazen bak en schenk je opnieuw in, dan pas mag je de thee drinken. Vervolgens bestelt één iemand aan tafel (vaak degene met het meeste aanzien) alle gerechten. Deze worden op de glazen schijf gezet en zo kan iedereen van elke gerecht wat pakken en in zijn eigen bakje doen. Ik heb met mezelf de afspraak gemaakt dat ik van elk gerecht dat ik niet ken wat probeer en zo heb ik al het een ander geproefd: koeientong, kippenkraakbeen, aal, kippenklauwen, varkenshoef en stinky tofu. Maar deze lijst zal alleen maar groter worden, de Kantonese keuken staat er om bekend dat alles wat geleefd heeft wordt gegeten. Het is wel een gezellige manier van eten, omdat alles met elkaar gedeeld wordt. Rijst wordt altijd als laatste opgediend en hiermee kan ik de pittige nasmaak van bijvoorbeeld stinky tofu wegspoelen. 

Inmiddels is het al donker geworden en stap ik in de metro richting huis. In de avond is de stad een stukje koeler en dus levendiger dan overdag. Daarom besluit ik niet meteen naar huis te gaan en loop ik een andere route richting het park. Zeker in de parken is het verschil tussen dag en avond immens. Waar overdag mensen in de schaduw wat lezen, slapen of hoogstens een kaartspelletje spelen, is het in de avond een drukte van jewelste. Pleinen staan vol met dansgroepen die allemaal hun box op standje honderd hebben staan, waardoor je geen idee hebt naar wat voor soort muziek je aan het luisteren bent. Daarnaast komt er om de vijf minuten wel een groepje snelwandelaars voorbij. Deze lopen altijd in rijen van twee, waarvan de voorste mensen in de rij ook keiharde elektrische muziek op hebben staan met een soort Donald Duck gekwaak tussendoor. Ik loop een plein verder en zie tientallen verlichte pingpongtafels en badmintonveldjes, allemaal in gebruik natuurlijk. Hier kan ik gemakkelijk op een bankje gaan zitten en uren naar kijken, het niveau is ongekend. Chinezen mogen dan (nog) niet al te goed zijn in voetbal, in tafeltennis ligt het niveau zo hoog dat je het balletje eigenlijk alleen maar kan horen en niet eens kan zien. 

Op de weg terug naar huis staat er iemand langs de weg met een mobiele keuken: een soort bakfiets met groenten, vlees en kruiden en een wokpan met een gaspitje. Mensen kunnen zelf aanwijzen wat ze in de wokpan willen en het wordt live voor je klaargemaakt binnen een paar minuten. Net als ik wat wil gaan bestellen hoor ik iemand fluiten, de verkoper kijkt geschrokken om en fietst keihard weg. Nog geen minuut later komt er een politie auto om de hoek gereden... De verkoper was net op tijd weg. Eenmaal bij mijn gebouw aangekomen groet ik de bewaker, die mij inmiddels wel herkend en daarom niet meer aanstaart als ik naar binnen ga, en pak ik de lift naar de 15e verdieping. Meteen de airco aan, het licht uit en lekker naar bed. Morgen is er weer genoeg te beleven.