top of page

SOMMERMÄRCHEN 2.0

Het Europees Kampioenschap van 2024 in Duitsland is een vreemde eend in de bijt in een reeks omstreden grote sportevenementen. De WK’s in Rusland en Qatar, de Olympische Spelen in Sotsji en Beijing, aankomende WK’s in de Verenigde Staten, Mexico & Canada en later in Saudi-Arabië zijn onder andere bevlekt met corruptieschandalen, geopolitiek, het schenden van mensenrechten en het beschadigen van het klimaat. Deze toernooien leiden tot cynisme en wantrouwen richting de rol van sport.

Onder leiding van Philip Lahm wil Duitsland laten zien dat het ook anders kan: ‘In troubled times, let’s make Euro 2024 a celebration of our best values.’ Ten tijde van oorlog op het Europese continent wil hij laten zien wat voetbal kan betekenen, zonder te doen alsof de eerder genoemde problemen niet bestaan. Zijn doel voor het EK in Duitsland is om mensen en landen dichter bij elkaar te brengen en te zorgen voor meer solidariteit, en een standaard te zetten voor duurzaamheid. Het laatste eindtoernooi In Duitsland, het WK van 2006, wordt in eigen land omschreven als Sommermärchen – het zomersprookje. Het nationale elftal groeide in het toernooi en won de harten van de Duitse fans. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog voelden Duitsers zich comfortabel en werden ze weer trots op zichzelf, hun land, vlag en volkslied. Het sprookje strandde in de halve finale tegen Italië, de latere kampioen, maar het sportieve gedeelte was slechts een deel van het verhaal. Voor een ander verhaal moeten we terug naar het Medellín van Pablo Escobar.


Begin jaren ’90 volgde de Duitse student Jürgen Griesbeck zijn master in Medellín. Dit was de tijd van Pablo Escobar, van drugsgeweld en bloedige confrontaties tussen het Colombiaanse leger en drugs- en criminele bendes, waarbij burgers vaak het slachtoffer werden. Op een dag liep Jürgen door de wijk Manrique en zag hij hoe daar twee gewapende bendes samenkwamen. Uit nieuwsgierigheid bleef hij kijken naar wat er zou volgen. Tot zijn verrassing legden beide gangs hun wapens neer en lieten die bewaken door een persoon van beide bendes. De rest begon een pot voetbal. Duels werden uitgevochten, maar ondanks dat er geen scheids aanwezig was, werd er fel, maar fair gespeeld. Na afloop schudden ze de handen, pikten hun wapens weer op en gingen hun eigen kant uit.


Dit verwonderde Jürgen zo dat dit het onderwerp werd van zijn masterscriptie. Samen met zijn medestudent Alejandro Arenas Tobón bedacht hij Fútbol por la Paz (voetbal voor vrede). Het idee was om via voetbal het geweld in Medellín tegen te gaan. De spelregels waren geïnspireerd op die middag in Manrique:


  • De spelers waren zelf en gezamenlijk verantwoordelijk voor fair play, er was geen scheidsrechter. Omdat dit niet altijd makkelijk was, waren mediators aanwezig om samen tot een oplossing te komen.


  • Iedereen droeg hetzelfde shirt, om het idee van tegenstanders tegen te gaan, om bestaande banden en verstandhoudingen weg te nemen.


  • Het spel omvatte ‘drie helften’. De eerste helft bestond uit een gesprek tussen beide teams over het te verwachten en gewenste gedrag en het overeenkomen van (locatie ) specifieke regels (zoals wel of niet doorspelen als de bal tegen een muur komt). Het tweede deel was de wedstrijd. De derde helft was een gesprek over hoe de wedstrijd was verlopen en in hoeverre er fair en respectvol gespeeld was.


  • Er kon gescoord worden via doelpunten en fairplay-punten. In de derde helft werden fairplaypunten aan de tegenstander gegeven om zo tot een eindscore te komen.


  • Ieder team bestond uit 6 personen, met evenveel mannen als vrouwen. Om samenspel te bevorderen moest elke eerste goal door een meisje of vrouw gemaakt worden.


Het concept van voetbal voor vrede werd langzaam een succes en werd de standaard voor het straatvoetbal in Medellín. De manier van voetballen, met ogenschijnlijke tegenstanders in gesprek gaan en toenadering zoeken zonder geweld, sloeg over naar andere Colombiaanse steden. Eind jaren ’90 was een Duitse politica op zakenreis in Colombia toen ze een potje voetbal à la Fútbol por la Paz zag. Ze dacht: dit hebben we in Duitsland ook nodig. Niet om het geweld van drugsbendes tegen te gaan, maar wel om de groeiende problemen die extreemrechtse jongeren veroorzaakten aan te pakken. Misschien konden zij via het voetbal geraakt worden.


Met de bekendmaking dat het WK van 2006 in Duitsland gehouden zou worden, leek het alsof de timing zo moest zijn. Het contact tussen de twee Duitsers was in Colombia snel gelegd. Er waren nog enkele jaren te gaan om het concept aan te passen aan de Duitse omstandigheden en toe te werken naar het wereldkampioenschap.

De eerstvolgende stap was het opzetten van Street Football for Tolerance in Duitsland. De regels werden wat aangepast en langzaamaan werden er meer wedstrijden georganiseerd en later ook toernooien. Tegelijkertijd werd toegewerkt naar het WK in 2006 als ultiem moment om aan de wereld te laten zien hoe voetbal ook op een andere manier beleefd kan worden en bij kan dragen aan de maatschappij. Jürgen kwam in contact met gelijkgestemden en hoorde over vergelijkbare sociale projecten rondom voetbal. Hij besloot hier een netwerk voor op te richten en deze projecten uit te nodigen voor het WK in Duitsland. Uiteindelijk kwamen de verschillende sociale voetbalprojecten samen in het festival 06.


Festival 06 was een straatvoetbalevenement met muziek, dans en entertainment. Op de Mariannenplatz in Berlijn was een stadion van steigers voor het publiek gebouwd, zodat de ‘straat’ behouden bleef. Het toernooi in het toernooi werd geopend door FIFA-voorzitter Sepp Blatter. Tijdens het WK werden er elke dag maximaal 20 wedstrijden van 12 minuten gespeeld volgens een aangepaste vorm van de Fútbol por la Paz-methode. Elke wedstrijd was een interculturele uitwisseling met deelnemers uit Buenos Aires, Rwanda, Londen, Palestina, voormalig Joegoslavië, Atlanta, Kabul, Lagos, Poznan en São Paolo. Het festival was een groot succes. Na afloop toonde de FIFA interesse om het concept over te nemen, maar de bond had de handen vol met corruptieschandalen. Om voetbal in te blijven zetten voor een betere wereld zijn een structurele organisatie en financiering nodig. Het bleek lastiger dan gedacht, maar het lukte.


Op de dag dat Neymar voor een recordtransfer van 222 miljoen van FC Barcelona naar Paris Saint-Germain vertrok, en daarmee onbedoeld de noodzaak onderstreepte, werd Common Goal opgericht door onder andere Jürgen Griesbeck. Iedere speler, coach, club, voetbalbond en bestuurder kan zich aansluiten en 1% van diens salaris doneren aan Common Goal. Onder andere Vivianne Miedema, Serge Gnabry, Paolo Dybala, Juan Mata, Bart Vriends, Mats Hummels, Werder Bremen, Aleksander Čeferin (voorzitter van UEFA) hebben zich aangesloten en de lijst blijft groeien. Daarmee maakt Common Goal wereldwijd allerlei lokale voetbalprojecten rond sociale problemen mogelijk, geboren uit een idee op de straten van Medellín, via het mondiale podium van het WK 2006 in Duitsland naar een door het voetbal zelf gedragen manier om bij te dragen aan een betere wereld.


Sportief gezien heeft Duitsland een sprookje nodig om het EK te winnen. Maar naast de winst wordt ingezet op het tonen van Europese waarden als solidariteit en vrijheid en staat dit EK in het teken van duurzaamheid. Het doel is om nieuwe standaarden te zetten op het gebied van duurzaamheid voor grote sporttoernooien, zodat we nog jaren kunnen blijven dromen van (het winnen van) het EK.



Comments


Commenting has been turned off.
bottom of page