Foto’s: Stephan van den Heuvel

Vene, vidi…Visé

Ik ga wel eens naar het voetballen in Visé. Toen een van mijn vrienden dat hoorde, was hij er zeker van dat dat wel een heel laag niveau moest zijn. Maar nee hoor, dat is helemaal niet zo. In Visé wordt tegenwoordig gevoetbald op het derde hoogste niveau van België. En toen ik vroeger naar Visé ging kijken, speelde die club zelfs in de Tweede Klasse, toen nog het Belgische equivalent van onze Eerste Divisie.

Door Stephan van den Heuvel

Visé. Een klein stadje onder de rook van Luik. De Ganzenstad. Op fietsafstand van Maastricht en vanuit Eijsden kun je er zelfs te voet heen. Als je bij het gehucht Withuis de grens met België oversteekt, beland je meteen in een andere wereld. De voertaal is er Frans, het wegdek erbarmelijk en in het straatbeeld vallen de elektriciteits- en telefoonpalen meteen op. Op sommige plaatsen is het er grauw. De industrie en mijnbouw hebben, zoals op zoveel andere plekken in Wallonië, hun sporen nagelaten. Ik kan mij nog herinneren dat een verslaggever van Voetbal International ooit voor het zomerfeuilleton "Pezen in de Provincie" schreef dat hij dacht dat de letters op het plaatsnaambord in de verkeerde volgorde stonden en dat het bijna niet anders kon dan dat het stadje eigenlijk "Vies" zou moeten heten.

Als je Visé per trein aandoet, dan is je eerste indruk van de stad inderdaad niet zo fraai. Vele Nederlanders zullen het aan de A2 grenzende treinstation op weg naar de zon vast al eens met gefronste wenkbrauwen hebben bekeken. Ik heb echter niet de indruk dat er iemand in Visé is, die daar wakker van ligt, want de stationsomgeving ligt er al jaren zo bij.

 

Toen ik voor de eerste keer voor een voetbalwedstrijd naar Visé ging, ging ik ook met de trein. Dat was al een belevenis op zich. De junkenboemel tussen Maastricht en Luik was toen een begrip in de wijde   omtrek. Niet zelden werd het volledige treinstel door de politie doorzocht op in België illegale versnaperingen.

 

Het verdriet van Visé

Doel van mijn reis was CS Visé, officieel Cercle Sportif Visétois. Voormalig MVV-spits Fabio Caracciolo speelde daar toen en die wilde ik wel weer eens aan het werk zien. Ik weet nog dat het spel en de atmosfeer bedroevend waren. Hoewel de club op een steenworp van de Nederlandse grens voetbalde, las je nooit wat over Visé in de Nederlandse kranten. Ik wist dus ook niet dat die club toen al steeds verder in een poel van financiële ellende aan het wegzakken was. Ik zou CS Visé na die dag ook nooit meer zien spelen, want niet veel later gingen ze failliet.

 

Zakenman en gemeenteraadslid Guy Thiry was twee decennia lang de president van Visé. Hij moest met lede ogen aanschouwen hoe zijn club steeds verder afgleed. Met de beste bedoelingen, maar ook met de rug tegen de muur, hoopt hij zijn clubje van de ondergang te redden door het te verkopen aan een groep Indonesische investeerders. Deze Bakrie familie wil de club uit het Maasstadje gebruiken als opleidingscentrum voor (toekomstige) Indonesische internationals. Die moesten gaan rijpen in de Basse Meuse om het vervolgens met het nationale elftal van Indonesië te schoppen tot het WK Voetbal. Leuk bedacht, maar in de praktijk komt er bar weinig van terecht. Op een enkeling na, weet geen van de Indonesiërs potten te breken. In plaats van beter te worden in een Europese competitie, verpieteren ze op de bank of tribune in een Waals provinciestadje. Als Visé na een rampzalig verlopen seizoen, waarin het slechts twee keer weet te winnen, zelfs naar de Derde Klasse degradeert, willen de Indonesiërs zo snel mogelijk van de club af.

 

CS Visé wordt verkwanseld aan een stel louche Bitten. De aangestelde manager en trainer zijn geen onbekenden in de wereld van de voetbalmaffia. Er worden plots karrenvrachten vreemde vogels ingevlogen. Handelswaar, waaronder zelfs vier internationals uit Trinidad & Tobago. De door de investeerders beloofde gouden bergen blijken in de praktijk niets meer dan gebakken lucht. Er is geen plan, geen geld en dus geen toekomst. CS Visé zakt binnen een paar maanden compleet door zijn hoeven en uiteindelijk wordt het faillissement uitgesproken. Guy Thiry doet in die laatste uren op speciaal verzoek van de curator nog een poging de club te reanimeren, maar tevergeefs.

 

Vene, vidi, vici

Thiry blijft niet bij de pakken neerzitten en neemt het nietige Union Royal Sports Lixhe-Lanaye over. Een clubje uit een van de deelgemeenten van Visé en spelend in Vierde Provinciale, het negende niveau in België. Samen met enkele andere oud-bestuursleden van CS Visé zet hij zijn schouders onder dit "nieuwe project" en meteen schiet het tot dat moment onbeduidende dorpsclubje als een komeet omhoog. Zes promoties in zes jaar tijd: nooit eerder vertoond in België. Door kampioen te worden in 2014, 2015 en 2016 en het winnen van de promotie-eindrondes in 2017, 2018 en 2019 staat de club sinds vorig seizoen plots in Eerste Nationale, het hoogste amateurniveau van het land.

 

In de tussentijd is de club omgedoopt tot URSL Visé en heeft het het voetbalcomplex in Lixhe-Lanaye verruilt voor het veel ruimere Stade de la Cité de l'Oie, de verlaten thuishaven van CS Visé. Op dezelfde plek waar ik jaren eerder naar het oude Visé ging, zag ik de "nieuwe" club twee jaar geleden voor het eerst spelen. Zijdelings had ik opgevangen dat Visé failliet was gegaan en eigenlijk wist ik niet beter dan dat er niet meer op niveau werd gevoetbald. Toen ik hoorde van de knappe prestaties van URSL Visé, wilde ik daar uiteraard weer eens heen.

 

Bij aankomst viel meteen al op dat er niet veel was veranderd ten opzichte van mijn bezoek jaren geleden. De naam RCS Visé kwam je nog steeds overal tegen in het stadion. Was het een postuum eerbetoon aan de gevallen club of was het gewoon Waalse nonchalance? Ik vermoed het laatste. Ook nu was het er weer niet erg druk, ook al stond er een finalewedstrijd in de eindronde op het programma. Ik schat hooguit duizend man, verdeeld over de twee tribunes aan de lange zijde. Eén zittribune en één staantribune. Achter één van de doelen staat de kantine, met daarboven het VIP-gedeelte.

 

Aan de MVV-stickers op de toiletten kon ik al raden dat ik wel eens niet de enige Limburger in het stadion zou zijn die dag. En inderdaad: een grote groep Maastrichtenaren bleek zich op de staantribune te hebben gevoegd bij bevriende fans van de thuisploeg. Zo'n luidruchtige menigte waren ze duidelijk niet gewend in Visé, want de aanwezige politiemensen schuifelden zenuwachtig heen en weer. Zeker toen er ook nog eens vuurwerk werd afgestoken. Visé verloor de wedstrijd, maar later las ik in de krant dat ze de return wel hadden weten te winnen. Alweer gepromoveerd!

 

Eerste Nationale

Vorig seizoen debuteerde de ploeg daardoor in Eerste Nationale, het hoogste amateurniveau in België. Bij het stopzetten van de competitie stond Visé keurig in de middenmoot. Geen zevende promotie op rij helaas, maar ach, daar maalt in Visé eigenlijk niemand om. De club is terug op het niveau waar het voor CS Visé ooit eindigde. Met een gedegen beleid moet ooit weer de stap naar het profvoetbal worden gezet.

 

Met de in Visé geboren en getogen José Riga staat er inmiddels een gelouterde coach voor de groep. Een spelersgroep die, zoals bij wel meer clubs uit deze categorie, bestaat uit vogels van verschillende pluimage. Trouvailles, een bont samenraapsel van broodvoetballers. Captain Jonathan Legear bijvoorbeeld. Een gesjeesde international. Tien jaar geleden nog een blauwe maandag Rode Duivel, maar het zijn niet zijn heroïsche daden op de grasmat die in het collectieve Belgische geheugen staan gegrift. Wel een door hem in een dronken bui met zijn Porsche aan gort gereden winkel van een tankstation in Tongeren. Dan is er nog "het broertje van". Ook een Jonathan: Benteke, het minder getalenteerde broertje van Christian. Versleet al een heel resem aan clubs en wil zijn ingedommelde carrière in zijn geboortestreek opnieuw lanceren. En wat te denken van het gevallen supertalent Alex Cavagnera. Als tiener door het grote AC Milan vanuit Luik naar Italië gelokt. Hij redde het daar niet en is sindsdien op de dool.

 

Op 4 oktober staat de eerste thuiswedstrijd van het nieuwe seizoen op het programma. Tegen Patro Eisden. Daar was ik graag bij geweest, maar door de corona-beperkingen ben ik als bezoeker van buiten de regio niet welkom. Ik ga in ieder geval uit van een overwinning, want tja een club afkomstig uit de Ganzenstad, die kan natuurlijk nooit verliezen op dierendag.

©2020 Panenka Magazine