top of page

De finale

  • Foto van schrijver: Gert Talens
    Gert Talens
  • 2 dagen geleden
  • 5 minuten om te lezen

‘Hoi Gert, Hans hier. Zeg ik wil je wat vragen. Heb je al een kaart voor de finale?’ ‘Hé wat leuk dat je belt. Jazeker heb ik al een kaart.’ Even is het stil aan de andere kant van de lijn. Dan hoor ik opnieuw de stem van Hans. ‘Oké luister, lever die kaart maar weer in. Want ik heb twee hele mooie kaarten voor je. Kies maar wie je meewilt. Want ik dacht zo, er is maar één echte Groningenfan die ik ken en dat ben jij, dus mag jij mijn kaarten.’


Foto's: Gert Talens


Het is voorjaar 2015. Vergeten zal ik het niet snel. Mijn FC Groningen plaatst zich voor de finale van de KNVB-beker. De wedstrijd zal gespeeld worden op 3 mei tegen mede-finalist PEC Zwolle. Het hoogst haalbare voor Groningen ligt voor het grijpen, bekerwinnaar 2015. Wat zou dat mooi zijn.  Dus hoef ik niet lang na te denken om via mijn voetbalvereniging een kaart te bestellen als ik hoor dat er vanuit Dronten een bus naar de Kuip gaat. Weliswaar voor kaarten in het Zwollevak, maar alles beter dan voor de buis. Als mijn FC de beker pakt, moet ik daarbij zijn. Ik spreek er met voetbalvriend Riny over, die ook niet lang hoeft na te denken en zo bemachtigen wij twee kaarten voor de wedstrijd der wedstrijden.


De weg naar de finale liep voor Groningen over rozen. De eerste bekerwedstrijd werd uit met 1-4 gewonnen van Barendrecht. De ronde erna werd Flevoboys in Emmeloord met 1-8 van het veld geveegd met daarbij vier goals van spits Michael de Leeuw. De achtste finale werd thuis gespeeld en werd met 3-1 van Volendam gewonnen. In de kwartfinale werd in Groningen Vitesse met 4-0 verslagen en in de halve finale was Groningen in Stad met 3-0 te sterk voor Excelsior.  De Euroborg kolkte en van rustige, nuchtere, kat-uit-de-boom-kijkende Groningers was die avond niks te merken. Ook ik brulde mee,  liet me gaan in de euforie van het moment en zag die finale tegen Zwolle helemaal zitten.


‘Wat voor kaarten zijn het dan Hans?’ ‘Eretribune’, is het korte antwoord. ‘Je weet dat ik KNVB-bestuurder ben. Daarom kan ik aan een paar mooie kaarten komen. Zelf ga ik niet vanwege wat gezondheidsklachten. Je kan er met de auto naar toe, je krijgt namelijk ook een kaartje voor de parkeerplaats. En als je op tijd bent kun je daar gewoon naar binnen en iets eten en drinken. Dat kan dan ook in de pauze, en zelfs na de wedstrijd kun je nog wat napraten met de spelers want die komen daar ook.’ Ik laat even op me inwerken wat ik zojuist allemaal heb gehoord. Wat een ongelofelijke kans en wat een mazzel voor mij. Eén ding maakt me echter wel wat onzeker. Zou ik mijn Groningen-hoedje, sjaaltje en shirt wel aan mogen op die eretribune? ‘Ja hoor, geen probleem, je kan gewoon aan doen wat je aan wilt. Nou, wat denk je ervan?’


En zo rijd ik op zondag 3 mei al vroeg in de ochtend richting Rotterdam. Mijn Groningenkleding op de achterbank en voor Riny wat extra groen-wit mee, zodat hij daar straks niet als neutrale toeschouwer naast me komt te zitten. Met de muziek van Cuby op de achtergrond toeren we naar het westen en passeren regelmatig bussen met Groningensupporters. Op een aantal viaducten staan zelfs supporters met groen-witte vlaggen, tot vlak voor Rotterdam aan toe. We parkeren de auto voor het Maasgebouw en als we uitstappen ziet de Kuip er nog machtiger uit dan dat ik daarvoor al vaker heb gezien. En ik denk: hier gaat het gebeuren, hier wordt straks Groninger geschiedenis geschreven.




Voordat we naar binnen gaan om ons te laven aan al hetgeen ons wordt aangeboden lopen we eerst naar het Groninger supportersgedeelte. Velen zingen, dansen en juichen. Het is heerlijk om te zien. Maar dan, voordat ik er erg in heb, krijg ik opeens een microfoon onder mijn neus geduwd en staat een cameraman met reporter voor me. RTV Noord zendt live uit en de reporter vraagt me naar de uitslag. ‘Nou dat weet ik niet, maar winnen gaan we zeker’, is mijn profetie, waarna ik nog een aantal vragen krijg. Als kort daarna het gesprek is afgelopen voel ik de telefoon in mijn broek trillen. Ik kijk op mijn schermpje en zie dat een aantal familieleden en vrienden uit het noorden me gezien hebben op tv en ze wensen me veel plezier.


Dan krijgen we dorst en lopen naar het Maasgebouw. Na de controle gaan we via een roltrap naar boven en opent zich het Walhalla voor ons. Overal de heerlijkste hapjes, en nog voor ik kan kiezen wordt me al een drankje aangeboden. Zo gaat dat dus, denk ik.

We verblijven zo een poosje op deze fijne plek maar op een gegeven moment slaat het ongeduld toe. En dus gaan we naar onze plaatsen. Die zijn FANTASTISCH! Heuse zachtleren fauteuils, met voldoende ruimte voor mijn lange benen en met onwaarschijnlijk mooi zicht op het veld. Even bekruipt me de gedachte dat dit moment, ongeacht de uitslag van straks, al onvergetelijk is. Maar snel corrigeer ik mijn gedachten. Ongeacht de uitslag? Wat een idioterie. We gaan winnen!


En zo geschiedt. De Tsjech Albert Rusnák schiet met twee fraaie goals FC Groningen in de tweede helft naar de voetbalhemel. Riny en ik juichen, onze buurman Ivo Opstelten applaudisseert en de Groningse spelersvrouwen die voor ons zitten dansen de Groninger horlepiep.


Een half uur later zijn we weer in het Maasgebouw en ben ik in afwachting van de Groninger spelers. Dat wachten duurt niet lang, daar komen ze één voor één binnen. Hans Hateboer valt zijn ouders om de schouders, Eric Botteghin is groter dan ik dacht, Kieftenbeld swingt en als de Zweed Simon Tibbling binnenkomt roep ik hem toe: ‘Vilken bra match, grattis.’ [t1] Engiszins verbaasd kijkt hij me aan, zegt iets volkomen onverstaanbaars terug en gaat dan richting de andere FC-spelers.



Zo zie ik ze allemaal aan me voorbijgaan en geniet volop, maar toch neemt bij mij de zorg ook toe. Want waar blijft de beker? Als nagenoeg alle spelers er zijn en de beker nog steeds niet te zien is, vrees ik het ergste. Want is het niet al eens eerder gebeurd dat gewonnen bekers in vieze kleedkamers achterblijven, totaal vergeten door al het gefeest? Dan zie ik topscoorder en superspits Michael de Leeuw aankomen. Nog voordat iemand hem iets kan zeggen loop ik naar hem toe. ‘Michael, fantastische overwinning maar eh… waar is die beker? Want die moet wel mee naar Stad hè!’ Een grote glimlach van De Leeuw volgt. ‘Geen zorgen hoor, die staat al voor in de bus.’


Als ik later op die historische dag weer thuis op de bank plof ben ik bekaf en is het alsof ikzelf de wedstrijd gespeeld heb. De volgende dag fiets ik naar Hans om hem te bedanken en een klein cadeautje te geven. ‘Hans, weet je, ik ga nooit trouwen.’ ‘Huh o nee?’, vraagt Hans. ‘Nee, want de mooiste dag van mijn leven heb ik gisteren beleefd.’




Dit artikel verscheen eerder in Panenka 35, helaas uitverkocht.

bottom of page