top of page

De wedstrijd toen kameraad Tito stierf

  • Foto van schrijver: Frank Elbers
    Frank Elbers
  • 1 uur geleden
  • 2 minuten om te lezen

Zondag 4 mei 1980. Thuisclub Hajduk Split speelt tegen Rode Ster Belgrado in het Poljud-stadion in Split, een stadion dat slechts enkele maanden eerder door de Joegoslavische president Josip Tito is geopend.


Foto: Wikimedia Commons


Zo’n 50.000 fans van de lokale favoriet en de bezoekende giganten uit Belgrado proppen zich die zondag in het stadion. In de 43e minuut, bij een stand van 1-1, loopt een official het veld op en spreekt met de scheidsrechter. De wedstrijd wordtonmiddellijk stilgelegd en spelers van beide teams stellen zich op in het midden van het veld, wellicht symbolisch door elkaar.

 

Tito is al enige tijd ernstig ziek en verblijft in het Universitair Medisch Centrum in Ljubljana na de amputatie van een been. Het is duidelijk dat het einde nabij is en velen in het stadion hebben een vermoeden van wat de reden is dat de wedstrijd is stilgelegd.

 

Ante Skataretiko, de voorzitter van Hajduk, neemt de microfoon. Zijn stem, zwaar en trillend, verkondigt de woorden die de Joegoslaven al maanden vreesden: ‘Kameraad Tito is gestorven’. Ondanks dat niemand echt verrast is door het nieuws, is de reactie dramatisch. Sommige spelers sloegen hun handen voor hun gezicht, anderen staan met hun handen in hun zij en kijken moedeloos voor zich uit.

 

Zlatko Vujović, de ster van Hajduk, zakt in elkaar op het gras en begraaft zijn gezicht in zijn handen. Rode Ster aanvoerder Vladimir Petrović Pižon staatverlamd in de middencirkel en huilt openlijk terwijl hij wordt getroost door spelers van de tegenstander.

 

Het tribalisme dat deze wedstrijden gewoonlijk kenmerkte – Split tegen Belgrado, Kroatië tegen Servië – verdwijnt als sneeuw voor de zon. Op dat moment zijn de spelers geen vertegenwoordigers van hun steden; ze zijn weeskinderen van een systeem dat Tito belichaamde.

 

Scheidsrechter Husref Muharemagić is in tranen en herinnert zich later dat hij, toen hij naar de lege presidentiële loges keek, meteen wist wat er gebeurd was. Spontaan begint de menigte een populaire Joegoslavische eed te zingen: ‘Druže Tito, mi ti se kunemo, da sa tvoga puta ne skrenemo’ (Kameraad Tito, wij zweren u, wij zullen uw pad niet verlaten).

De televisiecamera’s zoomen in op de menigte en leggen gezichten vast met pure, onvervalste shock — voor een generatie die nooit een Joegoslavië zonder Tito heeft gekend.

 

Terwijl de zon ondergaat, verlaten de toeschouwers het Poljud-stadion in een stilte die zo zwaar is dat lokale journalisten die omschreven als “verstikkend”. Er zijngeen feestelijkheden na de wedstrijd, geen rellen en geen files. Mensen lopengewoon in de schemering naar huis, velen beseffend dat, hoewel de wedstrijd in een gelijkspel is geëindigd, het land zojuist zijn belangrijkste speler heeft verloren.

 

De wedstrijd werd nooit afgemaakt. De beelden van de huilende spelers in Split dienden decennialang als de laatste momentopname van een verenigd Joegoslavië – een moment van gedeeld verdriet voordat het “pad” dat ze hadden gezworen te volgen, begon af te brokkelen.


Auteur Frank Elbers schreef eerder over het Oost-Europese voetbal het boek 'Proletariaat aan de bal'. Hier te bestellen!





bottom of page