top of page

Der Kaiser

Als ik de sporthal van Schoonebeek (Zuidoost-Drenthe) binnenloop, komt de typische sporthallucht me tegemoet. Binnen zijn jonge gastjes fanatiek aan het voetballen. Dat heet tegenwoordig JO8, jongens van een jaar of 8.

illustratie TRIK


Na een hartelijke ontvangst volg ik wat wedstrijdjes. Ik mijmer wat weg. Op die leeftijd kon je me ’s nachts wakker maken voor een potje voetbal (misschien nu ook nog wel). In de gymzaal speelden we drie tegen drie, waarbij de gekantelde gymbanken de doeltjes vormden. Schitterend werk, waar je nooit moe van werd. Sterker, op weg naar huis tikten we al ‘een-tweeënd’ het bijna lekke tennisballetje vooruit. Voetbal was mijn grote passie. Er was weinig voetbal op tv, maar voetballen kon je tot je rechterbeen er bijna af lag.


In 1974 gingen we voor het eerst op vakantie naar Duitsland. Dat klinkt simpeler dan het was. Want na wat nare oorlogservaringen was mijn vader jarenlang onze Oosterburen ontlopen. Op een van de eerste vakantiedagen kreeg hij een boete voor te snel rijden (‘Ja mahr, die Wagen ging so schnell, umdat wir von den Berg fahrden, Herr Polizei’). We vreesden een onmiddellijk retourtje huis, maar dat viel mee. Op het vakantiepark voetbalde ik elke dag met Duitse jongens. Zij waren net Die Weltmeister, dus dat kon ik elke dag horen.


Desondanks imiteerde ik stiekem een van mijn voetbalhelden: Der Kaiser. Want eerlijk is eerlijk, Franz Beckenbauer vond ik een geweldige voetballer. Elke zaterdagavond keek ik met mijn opa naar Der Sportschau. Opa gruwde van keeper Sepp Maier. Als die de bal had, gromde opa als een hond naar de postbode die hem eens een rotschop had verkocht. Maar Der Kaiser deugde.


Tijdens de Duitse vakantie liepen we in een winkel tegen een prachtig reclamebord aan met Der Kaiser. De eigenaar vond het zo mooi dat ik een fan was, dat hij mij het bord cadeau gaf. Het heeft jaren op mijn kamer gehangen.


Deze week overleed Der Kaiser. De helden uit mijn voetbalgeneratie vallen bij bosjes. Gelukkig wordt een andere held, Willem van Hanegem, volgende maand 80. Fan Harry Walstra schreef er een mooi boek over.


In de sporthal in Schoonebeek is de stand inmiddels 6-4. Ik zie een wat langer jongetje dat wel zo’n beetje voetbalt als Der Kaiser en ik vroeger.


Ik reik de prijzen uit aan de nog nadampende jongetjes. Mooie koppies. Een mannetje vraagt aan mij : ‘Burgemeester, hoe moet ik eigenlijk juichen?’


Aan het eind van de middag zit ik op de tribune bij FC Emmen. Daar doen 11 spelers aandoenlijk hun best. Ze worden aangemoedigd door de beste supporters van Nederland. Maar het mag niet baten. En ik ben lang aan het zoeken naar een type Beckenbauer. Maar ik zie hem niet. Jammer.






Comments


Commenting has been turned off.
bottom of page