top of page

Tradities en clubliefde in de Belgische tweede klasse

Vlaanderen is een paradijs voor groundhoppers, zullen ook Nederlandse lezers al gemerkt hebben. Vervallen stadions pal in het midden van stadscentra omgeven door bruine cafés die geen sluitingsuur kennen. Het is een droom voor de romantische voetballiefhebber. Stilaan maakt ook in het Vlaamse land het idee opgang dat een voetbalstadion best zo ver mogelijk buiten het centrum ligt, best nog aan een industriecentrum waar de bruine kroeg vervangen wordt door een gladde en buitensporig dure cateringdienst.

Gelukkig zijn er nog clubs die tegen de stroom inroeien en vast houden aan tradities, misschien een beetje tegen beter weten in, maar dat maakt het alleen mooier. In de lagere afdelingen is er een reeks die er op dit gebied uitspringt en dat is Tweede Klasse B. Daarin spelen Berchem met stamnummer 28 opgericht in 1906, Racing Mechelen opgericht in 1904 met stamnummer 24 en het speciale geval Lyra-Lierse met stamnummer 52 opgericht in 1909 (maar daarover later meer).


Een reportage voor Panenka is een ideaal excuus om de clubs nog eens met een bezoek te verrassen. Berchem Sport is voor elke treinreiziger richting Antwerpen bekend want het stadion ligt net over het station Berchem en is vanuit de trein goed zichtbaar. Ik ga op een zaterdagavond kijken naar Berchem-Diegem, een belangrijke wedstrijd voor de thuisploeg want ze is nog in een degradatiestrijd gewikkeld en houdt best de drie punten thuis. Eind jaren ’40 begin jaren’50  was Berchem echt een grootmacht in het Belgisch voetbal en eindigde het drie jaar na elkaar tweede in de hoogste klasse. Daarna werd het een liftploeg die zelfs afzakte tot het provinciale voetbal. De bekendste speler die de club voortbracht was de sierlijke Ludo Coeck, de man met het fenomenale schot in de benen die het tot bij Inter Milaan schopte maar op jonge leeftijd overleed bij een auto-ongeval.


Naar hem is het stadion genoemd, maar dat heeft betere tijden gekend. Achter het doel is de typische betonnen staantribune verdwenen, alleen de poort van de oude hoofdingang staat nog overeind als een overjaarse eenzame hoeder van het verleden. Tragisch misschien, maar zeker voer voor nostalgici. Dat is zeker ook het geval met de hoofdtribune, die er nog wel staat maar niet meer mag betreden worden. Betonrot. Is alles dan kommer en kwel bij Berchem? Zeker niet, want een half uur voor aanvang loopt het stadionnetje al behoorlijk vol en zeker het stadioncafé trekt veel volk op deze lenteavond. En voor de geïnteresseerde: nergens zo’n goede friet gegeten in een stadion als hier.


De wedstrijd zelf is wat ik ervan verwacht: niet veel zaaks. Veel enthousiasme en ook veel technische en andere fouten, maar dat deert niet op dit niveau. Hier kom je voor de sfeer en die is er zeker. Er staan ongeveer een 600-tal thuissupporters te kijken en ik zet me bij een groepje van wie ik iemand ken. Een van hen kijkt naar mijn frieten en zegt. ‘Laat ze maar goed smaken, want dat gaat het beste van de avond zijn.’ De toon is gezet, de cynische Antwerpse humor met ook wel zelfspot voert de boventoon en ik hou er wel van. Antwerp en Beerschot mogen dan de twee grotere broers zijn, Berchem is de sympathieke benjamin.

Tegen alle verwachting in komt Berchem op een 2-0 voorsprong tegen een tam Diegem. Ik kijk het groepje kritische Berchem-supporters lachend aan. ‘Wacht maar, een wedstrijd duurt negentig minuten’, zeggen ze me. De tweede helft begint nog goed met zingende fans die hun geel-zwarte kleuren laten wapperen. Stilaan neemt Diegem de bovenhand en wordt het stiller. Maar dan volgt het moment van de wedstrijd. Een speler van Diegem gaat tegen de grond en blijft kermend liggen. De verzorgster komt het veld op en dan klinkt plots een gezoem door het stadion. Sjjjjjttt. Dan een mannenstem. ‘Dat doet geen zeer. Weet je wat zeer doet?’ En dan eenstemmig uit vijfhonderd kelen. ‘Spek bakken in uwen blote, dat doet zeer, aaahhh’ (Vertaling voor de Nederlanders: Dat doet geen pijn, weet je wat pijn doet? Spek bakken in je nakie, dat doet pijn). Alleen dit moment maakt het wedstrijdbezoek de moeite al waard. Tussen de supporters zie ik opvallend veel jeugd en ook vrouwen, ze komen duidelijk voor de sfeer en de ongedwongenheid die eigen is aan het amateurvoetbal, nog het best gesymboliseerd door de plateaus bier waar ze met de regelmaat van een klok mee voorbijkomen.


Op het veld gaat het van kwaad naar erger. Diegem is inmiddels tot 2-1 terug gekomen en Berchem raakt geen bal meer. Het is aftellen en bibberen. Sommige spelers liggen zelfs met krampen op het veld, terwijl het nu niet echt een wedstrijd op Premier League intensiteit was. Je ziet het van ver aankomen en twee minuten voor tijd is het er ook. Een bal wordt voorgezet, tegen de arm van een verdediger, strafschop en 2-2. Geen woedeaanvallen bij de supporters, eerder gelatenheid. Achter mij tikt iemand me op de schouder. ‘Zien je wel vriend, die friet was echt het beste he.’ Dat is overdreven want ik heb genoten van de sfeer en als na de wedstrijd de spelers de supporters komen groeten en zelfs de hand schudden, zie ik dat ook voor de diehard-Berchemfan klagen en zagen bij het avondje uit hoort, maar volgende keer staat hij er gewoon terug. Het stadion mag dan bijna vervallen zijn, zo lang de fans de weg ernaar toe vinden, zal de club blijven bestaan.


Een week later ga ik een andere wedstrijd bezoeken in dezelfde reeks. Het is echt een clash tussen twee cultclubs en ook een derby, Racing Mechelen – Lyra Lierse. Racing is de tweede club van Mechelen, de club ook waar de bekende televisiecommentator Rik De Saedeleer verkozen werd tot Speler van de Eeuw. De club is bekend voor zijn bloedfanatieke aanhang en was ook een tijdje berucht omwille van het grote aantal stadionverboden dat de fans hadden, zeker voor een club uit de lagere regionen. Maar cult is het zeker, ook in de bestuurskamers is er altijd van alles te beleven, de club is al meerdere keren dood verklaard maar herrijst steeds uit zijn  as. Ze heeft ook een van de mooiste stadions van het land, met een statige ingang richting de kleedkamers en alles ademt vervlogen Engelse klasse uit. Deze avond staat er ook een hoge kraan achter, wat het zicht nog unieker maakt.


De tegenstander is Lyra-Lierse en dat is de club die in 2018 ontstond uit de samensmelting van het oude Lyra en het deel van Lierse dat na het faillissement niet mee ging in het verhaal van het nieuw opgerichte Lierse Kempenzonen. De club heeft het stamnummer 52 van het in 1909 opgerichte Lyra maar heeft nog geen eigen stadion. Het oude Lyrastadion was een pareltje dat in 2014 werd afgebroken waardoor de club moest verhuizen naar het stadion van het nabije Rita Berlaar. Maar sinds kort is de bouw van een nieuw stadion gestart in Lier.

Om de ervaring compleet te maken, besluit ik mee te rijden met een supportersbus van Lyra-Lierse. Dat moet ook want al bedraagt de trip amper vijftien kilometer en is het een wedstrijd op het vierde niveau, bezoekende fans kunnen geen tickets meer kopen op de wedstrijddag en moeten verplicht met de bus komen. Halverwege, dus na zeven kilometer, worden we opgewacht dor de politie en met een escorte naar de achteringang van het stadion gevoerd. Daar staan friezen met prikkeldraad , politie met geweer in aanslag en wordt achter gordijnen vol angst gekeken naar wat er te gebeuren staat. Veel gekker moet het niet worden en uiteraard gebeurt er helemaal niets.


Had Diegem in Berchem een handvol supporters mee, Lyra-Lierse is in Mechelen met drie bussen en zo’n 300 supporters, geen enkele club neemt in deze reeks zoveel fans mee op verplaatsing. Op de bus zat de sfeer er al goed in, hier wordt het alleen maar beter. Alle fans krijgen vandaag een sjaal cadeau van de club en het bestuur schenkt ook een gratis vat voor de wedstrijd, wat de ambiance er nog meer in brengt. De supporters zingen constant, ook al loopt het op het veld niet naar wens. Als Lyra-Lierse wint, doet het nog mee voor de titel, maar dat zit er op geen enkel moment in. Er wordt kansloos met 2-0 verloren, maar ook hier geen woede. De fans blijven zingen en vooral het lied dat gaat over de terugkeer van de club naar een stadion in Lier wordt uit volle borst meegezongen. Een fan komt bij mij staan, stelt zich voor en vraagt waarvoor ik alles foto’s neem. Als de naam Panenka valt, knikt hij. ‘Ik ben Liersesupporter geweest, maar wilde niet mee stappen in het verhaal van Lierse Kempenzonen, ik voelde er geen band mee. Die heb ik wel met deze club. Dit is een club van de fans, we hebben een stem in het bestuur, er zullen hier geen gekke dingen gebeuren. Het sociale aspect speelt een grote rol bij ons, iedereen moet zich goed voelen. We hebben natuurlijk ambitie, kampioen spelen en promoveren zou mooi zijn, maar meer ook niet. Dat we elke week met vrienden naar wedstrijden van onze club kunnen gaan kijken, dat is de basis. .Als je ziet dat we ondanks de nederlaag vandaag blijven zingen, dat zegt toch veel.’ Na de wedstrijd komen de spelers ook hier de fans begroeten, handen schudden en uitleggen waarom het niet liep. Geen enkele speler wordt uitgescholden of aangevallen, er wordt begripvol geknikt. Aan de overzijde vieren de Racing-supporters de overwinning van hun elftal en het Racingstrijdlied klinkt door de gammele boxen. En wordt luidkeels meegezongen. Zoals gezegd alles ruikt en luistert hier naar vervlogen klasse, maar de vraag is alleen of het in de skyboxen in naar sponsors genoemde arena’s gezelliger is. Het voetbal was bij de twee wedstrijden die ik bezocht niet van het hoogste niveau, maar dat kan niet gezegd worden van de fans, de clubliefde spatte eraf in een omgeving die alleen maar voetbal uitstraalde en geen commercie.




Dit artikel verscheen eerder in Panenka Magazine 31



Comments


Commenting has been turned off.
bottom of page