top of page

Zomeravondvoetbal in de Algarve

Portugal is niet het eerste land waaraan je denkt om aan groundhopping te doen en dan al zeker niet in de Algarve. De mooiste stranden van Europa met het golvende water van de Atlantische Oceaan nodigen eerder uit tot surfen, en het bloedhete klimaat in de zomer nodigt ook niet echt uit tot voetballen en de bijhorende cultuur. Dacht ik.


Natuurlijk is Portugal het thuisland van Cristiano Ronaldo, en zijn Benfica, Porto en Sporting befaamde clubs in Europa. Maar die clubs bevinden zich allemaal in het noorden, ver weg van de zuidelijke stranden en Ronaldo is oorspronkelijk van Madeira, dus had hij volgens mij weinig binding met de Algarve. Het dorpje waar ik verbleef, Quarteira, had een club die in een van de lagere echelons actief was; ik verwachtte dan ook niet veel van mijn stadionbezoek. Op een bloedhete middag trok ik er op uit, het was ongeveer drie kilometer stappen en ik kwam bijna niemand tegen op straat. Ofwel hielden de Portugezen een siësta, ofwel lagen ze op het strand. Ik weet niet wat ik verwacht had van het stadion, maar het overtrof mijn stoutste verwachtingen. Een heel mooie hoofdingang, geweldige lichtpilonen, en de zijkanten stonden vol muurschilderingen.


Ik probeerde binnen te geraken, maar dat lukte niet, alles was vast. Maar ik kon wel op een muurtje klimmen en zag een hagelwitte tribune met blauwe zitjes met een atletiekpiste rond het veld. De weinige mensen die passeerden keken me raar aan, en zelfs de vrouw die de muurschilderingen fotografeerde begreep me duidelijk niet. Maar het was de moeite waard. Op de terugweg zag ik een voetbalveldje met strandzand en ernaast twee veldjes gemaakt voor voetvolley. En inderdaad: om elf uur ‘s avonds verfijnden de Portugese tieners daar hun techniek; de veldjes werden verlicht.


Op weg van de luchthaven van Faro naar Quarteira had ik samen met mijn zoontje de koepel van een stadion opgemerkt. De zwijgzame taxichauffeur zag dat we er geboeid naar keken en zei: “The Stadion”. Dat was zijn alleszeggende commentaar. Maar ik was gefascineerd, en enkele dagen later zijn we ernaartoe gereden. Het bleek het Estadio Algarve te zijn; het lag godverlaten langs de autosnelweg en het was een pareltje. Tijdens Euro 2004 werden er drie wedstrijden gespeeld, waaronder de kwartfinale van Nederland tegen Zweden. Toen we er kwamen aangereden, waren er werkzaamheden bezig en stonden de poorten open. Blij gemutst stapte ik uit, maar al snel werd ik tegengehouden door een opzichter. Nee, ik mocht het stadion niet binnen en neen, ik mocht geen foto’s nemen’, ‘voor de veiligheid. Dacht de man dat ik werktuig ging stelen of de foto’s ging doormailen naar terroristen? Ik begreep het niet, maar maakte stiekem toch enkele foto’s. Toen ik mijn perskaart bovenhaalde en een verhaal afstak over een artikel over de mooiste stadions ter wereld, twijfelde hij even maar het plichtsbewustzijn hield de overhand.


Enkele kilometers verder hetzelfde verhaal. Midden in de stad Faro ligt het stadion van Farense, Estadio Sao Luis. Ook een pareltje van buiten gezien, en ook daar waren ze aan het werken. De deur stond op een kier en ik deed ze open om enkele foto’s te maken, maar er kwam een arbeider en hij deed teken dat ik geen foto’s mocht maken. Ik had er al enkele gemaakt en begon me af te vragen of er in Portugese stadions soms geheime aanwijzingen staan die toeristen of groundhoppers absoluut niet mogen zien. In elk geval geraakte ik opnieuw niet verder dan de deur.


Maar de mooiste parels vind je op de meest onverwachte plaatsen. Langs de wegen in de Algarve staan vaak borden met ‘Estadio’, maar de vlag dekt niet helemaal de lading. Op de meest verlaten weggetjes vind je zulke bordjes. Vol verwachting ga je dan kijken en meestal vind je … niets. Of toch geen voetbalveld waarop gespeeld kan worden. In het ene geval, in de buurt van Paderne, stond het gras metershoog en leek er in geen jaren iemand zich nog om het veld bekommerd te hebben. Wat verderop stond weer zo’n bordje. Een paar kilometer rond rijden om dan uit te komen op een veld zonder gras, waar enkele militairen oefeningen hielden en verbaasd opkeken toen we eraan kwamen. Maar de aanhouder wint, en wij toen we naar het dorpje Salir reden, een speldeknop groot op de landkaart. Grootste bezienswaardigheid zijn de funderingen van een vervallen kasteel, nog amper te zien. Voor de rest overheersen hier de absolute rust en stilte. En dan, vanop de top van de heuvel, zie je plots uit het niets een voetbalveld opdoemen. Deportivo Salir heet de club, verder zal niemand er een woord aan vuil maken, maar wat een ligging tussen de groene heuvels. Ik ben er ook even naartoe gereden en er was een barbecue aan de gang op en naast het veld. Om de betovering niet te verbreken, ben ik maar verder gereden, maar Deportivo Salir staat in mijn hart gegrift.


Zoals het voorgaande aantoont, is de Algarve niet echt een must voor de groundhopper, of je moet op het plaatselijke Salir botsen. Wat wel de moete is, is de plaatselijke variant van het straatvoetbal. Vanaf het moment dat de zon in de zee is gezakt, komen de straatvoetballers naar buiten. In Quarteira werd er elke avond bij kunstlicht tot middernacht gevoetbald door volwassenen op het plaatselijke kunstgrasveld van de basisschool. Maar nog mooier was het stukje kunstgras aan het begin van de boulevard. Elke avond kwamen daar kleine Portugezen wedstrijdjes onder elkaar spelen zoals het moet: met truitjes als doelen en ploegen willekeurig ingedeeld. Fantastische dribbels à la Cristiano Ronaldo werden afgewisseld met gruwelijke tackles à la Pepe. Alles voor dat ene doel, het scoren van de winnende treffer waarna een nieuw partijtje begon. En daarna nog een en nog een. Meer Panenka konden de zomeravonden in de Algarve niet eindigen.

 




Comentários


Os comentários foram desativados.
bottom of page